zaterdag 5 februari 2011

Anderst





Nesciobrug, Amsterdam
Anders. Als je er op let zijn de paden die je vaak fietst altijd anders. Nu vind ik ze anderser dan anders. Lengte- en breedtegraad, fietspad en kanaal zijn nog wel zo als het was; de geuren, de kleuren, de geluiden, de ruimte en de sfeer niet. Zelfs dicht bij huis is de wereld vandaag onherkenbaar veranderd.

Anders zie je ook schepen op het kanaal. Nu zie je ze niet komen, maar doemen ze op. Van sommige hoor je het snijdende geluid door het water gaan. Andere schepen zijn zo stil dat ze er opeens zijn. In de verte hoor ik tssjàkuh-tssjàkuh-tssjàkuh-tssjàkuh. Het Zwitserse binnenvaartschip geladen met schroot komt langzaam dichterbij, lang zonder zichtbaar te zijn.

Anders is de route. Op een dijkje dat ik gewoonlijk neem is het spekglad. De parallelweg er vlak naast is ijsvrij en stroef. Er is een route gepland voor vandaag, maar hij kan onbegaanbaar zijn. Niets ligt vast, planning of geen planning. Tegenwind is een kwestie van doorzetten. Hier is doorzetten een stommiteit. Een flinterdun laagje gestold water is voldoende om me te doen keren.

Anders zijn de kleuren. Ze zijn ingehouden en stemmig. De kleine druppeltjes mist op mijn bril - die ik af en toe wegpoets met mijn handschoenen - zorgen ervoor dat de mist voor mij net iets erger is dan voor een niet-brildrager. De zon wil als een klein rondje door de wolken breken. De takken van de bomen zitten vol met rijp, de weilanden zijn afwisselend wit en getemperd groen. De wereld slaapt.

Anders is dat wit aan de bomen, de kou om mijn hoofd. Maar vooral anders is de wereld, omdat hij klein gemaakt is. Het einde is overal dichtbij. Niet voor het eerst fiets ik in de mist, maar zo mooi wit en zo stil en met zoveel geronk van schepen, dat is nieuw. Bij het huis aan de dijk breekt de zon door. Even, heel even, wordt de wereld groter. De koude wolken die voelen als een warme deken wijken en ik kan de uiteinden niet meer grijpen.

Geen opmerkingen: