maandag 5 november 2012

Paviljoen Minkema




Dit voorjaar kwam ik er langs. Er stond een andere naam op de gevel van het strandpaviljoen bij Camperduin. Er werd nog gewerkt, maar het zou 'Struin' gaan heten. De oude naam met een degelijkheid van de Hondsbossche Zeewering zelf was verdwenen. 

Laatst had ik het erover met mijn zoon. Hij vroeg gelijk: “hangen die foto's er nog?” In 2011 zijn we er geweest. Hij bedoelde de grote foto's met tekst over de verschillende Minkema paviljoens op deze plek in de afgelopen tachtig jaar. Het verbaasde en verheugde me dat hij gelijk hierover begon. Het antwoord op de vraag over de foto's moest ik mijn zoon voorlopig nog schuldig blijven. (Ik was nog niet binnen geweest.)

Het paviljoen kent een ruig verleden. Dat blijkt ook uit de samenvatting van die geschiedenis op de Site Groot Alkaar Dichtbij. Begin jaren dertig liet Ypke Minkema een restaurant bouwen. Minkema beheerde in 1929 al een cafeetje van Antoon Peeck bij de strandopgang. Het nieuwe restaurant werd in de Tweede Wereldoorlog bezet door de Duitsers en werd vervolgens door de Engelsen gebombardeerd. 

Tussen de puinhopen stond na de oorlog een bord met de volgende boodschap:
Door oorlogsgeweld
werd hier geveld
Maar het kostte
geen mens het leven
Door noesten arbeid
weer hersteld
Zijn wij arm,
toch rijk gebleven.
In 1947 bouwde zoon Gerben Minkema een houten noodrestaurant. Dit restaurant was geen rustig leven beschoren. Door brand en storm werd het restaurant zes maal vernield. Het laatste werd overgenomen door Jaap Butter. Hij bouwde - hoewel zelf geen Minkema - in 1991 het huidige restaurant v/h Minkema. Onlangs namen de families Jansen en Tuinfort het restaurant over en verdween de naam van de gevel. Het werd Struin. Groot Alkmaar wijst erop dat in die naam Standpaviljoen Camperduin ligt verborgen. Dat is een schrale troost.

Op 2 november stapte ik voor het eerst het geheel vernieuwde en ontzettend leuke paviljoen binnen. Toen ik er de laatste keer een erwtensoep bestelde en mijn pillen uit mijn zak haalde om ze in te nemen, kwam er als vanzelf een glaasje water. Aan die soep bewaar ik goede herinneringen. Ook door het gesprekje wat ik met de ober voerde. Nu kwam er te zoete erwtensoep, met te weinig worst, gebracht door een serveerster met knalblauwe nagels aan wie ik niet durfde te vragen waar de geschiedenis aan het plafond was gebleven. Vermoedelijk had ze me wezenloos aangestaard en had ik me een ouwe conservatieve zeurkous gevoeld.