Posts tonen met het label nieuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuw. Alle posts tonen

donderdag 22 december 2011

Parfait

Lekkerder ijs ken ik niet. Het cholesterol voel je wel aan je aders plakken. Maar als je snel na de maaltijd in beweging komt heb je daar weinig last van. Het recept kreeg ik eind jaren zeventig tijdens mijn koksopleiding. De inkt is bijna weggebleekt en -gevlekt. Er is een kleine verandering; de honderd gram suiker is negentig geworden.


Parfait
Alles goed schoon. Bijna iedere bacterie wordt blij van dit gerecht en schuift graag aan.

Recept voor 4-5 personen
30-50 minuten + 8 uur

Ingrediënten:
- 2 eidooiers en 1 ei
- 2 dl slagroom
- 90 gram suiker
- Smaakstof (bijvoorbeeld eenvoudig maar lekker vanille suiker. Andere smaken kunnen ook: gepureerd vers fruit, kleine stukjes chocolade of noot kunnen ook (producten met veel water worden keihard).


Bereidingswijze:

1) De slagroom (geen suiker) kloppen tussen stijf en traag vloeibaar in.
2) In de koelkast zetten.
3) Eieren en suiker au bain marie (in een pannetje heet water) tot een stevige, gladde en luchtige massa (appareil) slaan/kloppen/mixeren.
4) Deze appareil vervolgens buiten de pan koud kloppen.
5) De slagroom en smaakstof er door spatelen (niet roeren of kloppen dan verlies je luchtigheid).
6) In voorgekoelde vorm storten.
7) Vriezen +/- 8 uur.

Je kan de parfait dan kaal opdienen of hem versieren met een sauce, vruchten, chocolade etc. Mijn traditionele kerstspecial is:

1) het ijs aankleden met een dunne laag cake (kopen of bakken),
2) hierover stijf gekopte eiwitten (met suiker mixen mixen mixen),
3) bovenin een halve eierschaal in het eiswit stoppen,
4) dit met de hobbybrander bruin branden,
5) eierdopje vullen met gedistilleerd,
6) lichten uit,
7) de drank verwarmen met brander aansteken en zachtjes schudden zodat de blauwe vlammen langs de omelet Vesuvius naar beneden zakken.

De laatste keer werd het parfait met frambozen, lichi’s en mandarijn. Simpeler maar ook lekker.

Voor de niet-suikereters wordt het een experimentele pudding. Dat recept krijgt u nog als hij geslaagd is. (Nu maar hopen dat de familie niet meeleest.)

Eet smakelijk en prettige dagen. Hoe dan ook.

zaterdag 2 april 2011

Als beelden*

Als beelden

In het gelid staan rijen beeldjes.
De moeders met het kind op schoot.
De vaders wat afstandelijk beschouwend.

Gegoten uit natuursteen
waarvan ik de naam niet ken.

Beelden van veel gezien leven.
Ze springen niet uit de band.
Staan op de tuinafdeling.
Allen identiek: Made in China.

Op een terras worden ze gezet,
in een vensterbank,
voor de trap,
naast het bankstel.
Uit de massa gehaald en meestal alleen.

Toch zijn ze niet uniek.
Onzichtbaar is dat geworden.
“Oh wat aardig,” hoor je iemand zeggen.
“Ja mooi een moeder met kind,” beaamt een ander.
Ze geven iets eigens aan hun omgeving.
Zoals wij.

De pret wordt half bedorven als iemand vraagt:
“Van de Hema, Praxis of de Gamma?”

Zandkastelen

Dit gedicht blijft werk in uitvoering. Veel positieve reacties heb ik er niet op gekregen. Eerder het tegenovergestelde. Zelf vind ik het mooi. Maar er kan vast nog wel gesleuteld worden aan helderheid en vorm. Dat zal ik doen. Voorlopig plak er een een plaatje bij van de beeldjes die me dit lieten schrijven. Als het af is haal ik hem weer weg, want het gaat niet om deze beelden, ze waren een deel van een idee. Andere beelden, bijvoorbeeld van voorspelbaar brons, hadden me hetzelfde kunnen laten schrijven.

zaterdag 26 maart 2011

Mooie zwarte



Normaal fiets er ik langs. Hooguit kijk ik even en zie een schietterein, wat kantoren, windmolens en een reactor. Het is Petten. Daar staat de tweede kerncentrale van ons land. Over de bomen heen kan ik het reactorvat zien staan. Vreemd, maar tijdens het kijken voel ik me een halve spion, alsof ik iets doe wat niet mag.

De kust is niet alleen mooi, maar ook een vergaarbak voor militaire installaties, strategische industrie, onderzoeksinstituten en kazernes. Dat is ook op deze tocht duidelijk. De route loopt meteen langs de radaropstelling bij Fort Erfprins. Ik zie het woord Signaal op een van de radars staan en krijg een beeld van de Nederlandse bijdrage aan het raketschild. Een deel van die testopstelling zette de Japanse marine eens op een schip om de militaire technologie in de Japanse Zee te proberen. Natuurlijk koos Japan uiteindelijk toch Amerikaans.

Japan! Op mijn weg naar Den Helder las ik de Volkskrant. Het ging over mensen die 'verbrand' zijn door de straling. Het zijn de schlemielen van de moderne tijd; mensen die hun leven kwijt zijn aan de vooruitgang. Ik zie een toeristisch bord bij de Hondsbossche Zeewering. 'Het schoonste stukje Nederland,' staat erop. Wie goed kijkt ziet de centrale op de achtergrond. De deeltjes uit Japan zijn ook hier gemeten, maar niet schadelijk. Bij ons is alles gelukkig veiliger.

Ik moet denken aan de mariniers die jaren geleden bij Petten binnendrongen. Ik moet denken aan de klokkenluider die zijn baan verloor, omdat hij misstanden binnen de centrale naar buiten bracht. Ik moet denken aan de deskundigen die er werken en afhankelijk zijn van de atoomenergie en op TV nu hun zegje doen. Die het het verkopen als een schone energie vorm – met wat nadelen – om het klimaat niet verder te belasten. Ach dat denken.

De ruige zwarte koeien, de Kyloe of Black Cattle (van oorsprong uit de Westelijke hooglanden) die voor de centrale staan, geven het geheel iets rustieks. Het is alsof de gebouwen echt passen in de duinen. En misschien is dat ook wel zo. Misschien is het uitsluitend door mijn kijk dat ik de schoonheid vermengd zie met een nare realiteit van wapens, atoomtroep en oorlogsvoorbereiding. Om het toch goed te bekijken stap ik af en loop het duin op. Daar zette ik zo'n mooie zwarte op de foto met een flard reactorvat.

Het is niet ver van Schoorl waar een bosbrand kort geleden de duinen teisterde. Van de brand is steeds minder te zien. Wat hooglanders erop en er komt heide op wat zwartgeblakerd was. Bij de plek waar nu nieuwe natuur wordt aangelegd, kom ik pas nadat ik de strandvonder-die-er-niet-meer-is ben gepasseerd. De vorige keer stonden alleen zijn voeten er nog. Nu is hij helemaal verdwenen. Simon Gutker de romanticus die de romantiek van het jutten moest bestrijden. Hij is zelf gevonden: half afgezaagd en nog net niet gejut. Zijn voeten zullen wel weer vastgesmeed worden aan zijn lijf en dan staat hij weer als vanouds op de zeewering. Zo mijmerend fiets ik de Schoorlse duinen door.

Na Egmond aan de Hoef is de grond kobaltblauw gekleurd door een massa kleine bloemetjes, sneeuwroem. Vermoedelijk ooit gepland. Nu zijn ze verwilderd en verspreid door mieren. Het is gemakkelijk om tijdens zo'n tocht te vergeten wat er in de kranten staat en alleen het mooie te zien. Het gezang van de vogels, de wind in de bomen en het geruis van de zee, ze zijn er en vermengen zich met de aanwezigheid van de Staat die zijn eigen belangen verdedigt en bewaakt. Soms naadloos. Soms kortzichtig.



foto's tijdens fietstocht 25 maart 2011

zondag 20 maart 2011

Weemoed

Met het woordje weemoed in mijn hoofd ga ik op pad. Het is de bedoeling eerst naar Purmerend te fietsen en dan naar Koog aan de Zaan. In Purmerend woonde het eerste meisje waar ik verkering mee had. Zelf woonde ik in West-Brabant. Ze leerde me in-de-pas lopen. Ik telgangerde. Ze liet me voor het eerst voelen dat je moet kiezen. Heel veel begreep ik er niet van. Eigenlijk zo goed als niets. Erg vond ik het wel, toen het over was. Met niemand sprak ik erover, wel ging mijn eerste biljartwedstrijd er na de mist in.

Laatst fietste ik langs de straat waar ze woonde. Dat was in een klein huisje. Gisteren besloot ik het straatje nog eens in te rijden. Er staan nu heel veel woningen te koop. Voor vertrek kijk ik door de enorme zak met brieven en kaarten die ik in de loop van mijn leven heb opgespaard om die van haar te vinden. De brieven zijn er nog, maar de enveloppen heb ik weggegooid. Die vond ik er blijkbaar niet toe doen. Daardoor kan ik nu het huisnummer niet meer vinden. Ze kreeg een theedoek van haar moeder na een maand verkering met mij, zo lees ik.

Wat me bij het graven en lezen vooral overvalt is schrik. Hoe weinig houding wist ik me destijds te geven. Hoe weinig ik begreep van anderen. De verhouding tussen mezelf en de ander was me volstrekt onduidelijk. Hoe slecht kon of wilde ik me inleven. In mijn brieven wist ik me doorgaans blijkbaar vaardig uit te drukken. Ook valt me op dat de brieven over wezenlijke en persoonlijke zaken gaan en daar nodigde ik blijkbaar toe uit. Mijn eigen brieven zijn grotendeels verzonden. Die kan ik niet meer doorlezen.

Kreeg ik bezoek of ging ik zelf op pad dan wist niet wat ik met de ander aan moest. Had ik langer de tijd om me in de groep te plaatsen dan lukte dit wel. De aandacht voor mij bleef ook dan onverwacht en onbegrepen, omdat ik dacht dat ik het niet waard was. Ik liep dan met mezelf onder mijn arm. De verwachte rol probeerde ik te spelen en dat doe ik nog steeds. Er is inmiddels meer bagage en meer routine. Een advies uit een brief van een paar jaar later, van een ander meisje, dat ik nu lees, lijkt op maat voor het heden. Vooral die constatering dat heel veel van zo'n dertig jaar geleden er nog steeds is, jaagt me schrik aan.

Er zijn mensen uit mijn leven verdwenen. Van velen vind ik dat niet erg. Er zijn mensen aan wie ik met weemoed terugdenk, omdat ze me warmte schonken die ik nodig had. Soms misschien zonder dat ze dat zelf wisten. Van sommige mensen waarmee wel meer contact was, zou ik willen weten hoe het met ze gaat. Je kan dan gaan zoeken met Google. Degene die ik het liefst weer terug zou vinden heb ik tevergeefs gezocht. Ze was 'gewoon een' vriendin, maar wel iemand waar ik veel aan heb gehad en van heb gehouden. De mooiste momenten heb ik met haar beleefd. Zij had veel minder aan mij, lees ik nu.

Wat is dat eigenlijk weemoed? Op de fiets denk ik dat het gaat om herinneringen aan vroeger waarvan je iets mist. Iets wat verdween en een leegte achterliet. Die leegte is er (lang) niet altijd en het ene laat meer holle ruimte achter dan het andere. Thuis kan ik zoeken naar een definitie: zacht treurige gemoedsstemming, zegt een woordenboek.

Synoniemen willen nog wel eens duidelijker maken waar een begrip echt om draait. Hier kom ik er niet verder door: melancholie, staat er. Maar elders had ik juist gelezen dat weemoed en melancholie niet hetzelfde zijn. Daar ben ik het mee eens. Weemoed is de weeë treurige gemoedsstemming om wat uit het verleden gemist wordt. Daar houd ik het op. Totdat iemand iets beters weet.

Dan fiets ik door van knooppunt 33 naar 50 en dan nog naar 73. Ik ga tekstboekjes voor Brik plakken bij de Kift (daarover later meer). Raak typeerde een recensent hun muziek als 'doffe koper weemoed.' Als ik zoek op De Kift + weemoed dan vind ik tal van treffers. Ook daarom dacht ik aan het woord toen ik op de fiets stapte. Het was niet alleen die tas met brieven. De muziek van De Kift is naast weemoedig ook ironisch en melancholisch:

Ik zing, ik drink, ik lach, ik dans
terwijl mijn harte weent.
Mijn ogen schitteren in wilde glans
terwijl mijn harte weent.


Tekst uit Beguine op de voorlaatste CD Hoofdkaas

zondag 6 maart 2011

doen en genieten




Aan nieuwe dingen moet ik wennen. Lang wennen. Ik kreeg een compact camera. Met mijn telefoon kon ik lezen en schrijven als het op foto’s maken aankwam. Er zaten wel beperkingen aan. Maar nu maak ik per ongeluk een flimpje als ik een foto wil maken.



De wind staat vanmiddag precies goed. Ze blaast me naar Den Haag CS waar ik de trein terug naar huis neem. Mijn hoofd raakt alweer gebruind door de zon en ook onder het schedeldak zijn de muizenissen aan het vertrekken. Het leven lijkt weer te gaan rollen. Tevreden ben ik niet, daarvoor zijn er teveel beperkingen. Maar er is ook erg veel wel mogelijk.

Een paar keer stop ik voor foto’s van beelden. Tussen Katwijk en Wassenaarseslag klim ik over het duin naar de zee. Het kost me meer adem dan ik in mijn zadel kwijt raak. Er staan twee stoeltjes klaar. Ik ben alleen en eet een appel en sinaasappel.

De tocht zit er weer bijna op. Mijn toestel is voor het eerst echt gebruikt. Nu nog kijken of de betere techniek ook mooiere platen oplevert. Er is meer dat ik moet fine tunen en afstemmen. Niet door banjeren, omdat vooruitgaan, naar de volgende dag, het hoogste goed is. Mijn weg nauwkeurig zoeken en weten waarheen ik ga.

Fietsen en werken lijken wel medicijnen tegen het langzame vergaan. Alsof er pilaren mee gemetseld worden waartussen de rest een plaats kan krijgen, maar of die zuilen al stevig staan? Ik weet het niet. Nog even voorzichtig doen.

De trein komt langs de plaats waar mijn beide zoons zijn geboren. Ik leg mijn pen weg en stap een station eerder uit en fiets nog een stukje naar huis. Het eten zette ik vanmorgen al klaar en de kip staat op een laag pitje.

Boven: Bij de monding van de Oude Rijn staat een beeld van Nicolas Dings. De Oude Rijn vormde een deel van de noordelijke de grens van het Romeinse rijk, Limes genaamd. Dat wist ik niet toen ik er wat plaatjes van maakte. Het kunstwerk staat er mooi. De eersten maakte ik vorig jaar en vandaag de volgende.

Hier naast en onder: Een beeld van Nic Jonk in Overveen. Regelmatig fietste ik er aan de overkant van de weg langs en zag iets wat ik in het voorbijgaan niet snapte. Een maand geleden stopte ik. Nog steeds kan ik niet alle uitstekende delen thuisbrengen. Wel zie ik veel innigheid in het brons. Vandaag stopte ik weer.





donderdag 24 februari 2011

Op verzoek van mijn moeder






Veerkracht

Het gras wijst naar de lucht; rechtop blad bij blad.
In de ochtend lagen die bladeren nog plat
na de nacht waarin ze als slaapplaats dienden
voor koeien, kalveren, pinken en een stier.

Veerkracht is door de natuur gegeven;
door de evolutie bedacht.
Wat verloren lijkt, bloeit op.
Wat verdort schijnt, schiet wortel.

Zie je daar in een reageerbuis die twintig bonen bij elkaar?
Er is geen ruimte om te groeien, te kiemen en ontluiken.
Toch. De boon is sterker dan zijn gevang. Water en hij welt.
Hij maakt scheuten. En scherven van het glas.

Veerkracht is door de natuur gegeven;
in eiwitten opgeslagen.
Wat beknelt is, zoekt een weg naar buiten.
Wat het niet meer weet, wacht.

Als de regen plenst komt de longvis boven.
Als een plastic zak lag hij begraven
ingesponnen in een cocon van opgedroogd slijm.
wachtend op het water.

Veerkracht is door de natuur gegeven;
uit de wil tot verder leven.

donderdag 17 februari 2011

een klein rondje


Lekker op tijd ontbeten en snel op de fiets gestapt. Een traditioneel rondje Ronde Hoep werd het woensdag. Eerst naar Ouderkerk aan de Amstel en dan langs de Bullewijk. De vorige keer fietste ik aan de verkeerde zijde en moest ik via een zelfbedieningspont naar de goede kant. Nu wel op de juiste oever zie ik dat die bij de begraafplaats wordt verhoogd. Een eindje verder staat nog steeds het bord: Ronde Hoep onder water, nooit.

Ik draai de weg langs de Waver in. Ook daar dijkverhoging. De bagger op het pad is glibberen voor mij. Drie keer op een korte tocht zie ik de klimaatverandering aan het werk. De werkzaamheden tegen het hogere water zijn een zegen voor de aannemers. Die hebben tijdens de crisis werk. Dat schijnt een paradox voor een idealist die denkt dat er aan de oorzaken gewerkt moet worden en niet aan de gevolgen. Door hard te werken aan de gevolgen neemt de oorzaak juist in kracht toe. Klimaatverandering met zijn hogere zeewaterspiegel en extreem weer en zware regenbuien is deel geworden van de planologie en economie.

Als ik voor de wind weer terug rijd, weet ik dat ik op tijd tuis al zijn om mijn zoon op te vangen als hij uit school komt. Ik zie aan de Rondehoep West dat de scheepswerf waar ik al eens over blogde helemaal weg is.

Rustig fiets ik met een lekker vaartje naar huis. Twee ooievaars staan naast elkaar langs de rand van een sloot te wachten op de eerste kikkers. Dat we de wereld naar de knoppen helpen dringt gelukkig niet echt tot me door. Langs de Amstel hangt een poster met 'Waarom?' achter het raam. Ik ben vroeg terug. Nog wat thee, kruiden, exotisch fast food en een nieuw dessertbord voor mijn jongste zoon bij een Chinees magazijn gekocht. Hij is er blij mee en ik met mijn korte voorjaarstochtje.

Biutiful

“Papa hoe schrijf je beautiful?”
“Zoals je het zegt.”

Het woord komt groot op een tekening te staan en is de titel van een film. Die film is mooi, maar ook rauw en hard en soms opzettelijk foeilelijk. Hij is gemaakt door Alejandro González Iñárritu die al eerder liet zien dat keiharde beelden toch prachtig kunnen zijn.



De hoofdpersoon is vader van twee kinderen in Barcelona, de ex van een manisch depressieve partner, hij bemiddelt in en voor illegalen, praat met de doden en is terminaal kanker patiënt. Het lijkt wat veel. De hoofdpersoon blijft er vreemd genoeg en heel knap wel sympathiek bij overkomen. Het verhaal overschreeuwt zichzelf als ook nog vijfentwintig chinezen door zijn schuld omkomen en de oproer politie met een buitengewoon heftige actie op de Ramblas Afrikaanse handelaars in prullaria te lijf gaat. Ook zonder overdrijving is het misbruik en uitbuiting duidelijk.

De film vertelt niet alleen een verhaal. De beelden zijn meer dan plaatjes. Ze hebben hun eigen kracht. Zoals bij Amores Perros, een eerdere film van Iñárritu, is de ongelikte sfeer voelbaar. Je knalt een wereld in die onplezierig is. De regisseur zoekt naar manieren om de mogelijkheden van het medium film uit te buiten. Zijn wijze van vertellen laat bijvoorbeeld heel indringend zien wat gekheid is. Die gekheid wordt met een camera weergegeven. Stress met beelden en geluid, het bijt zich naar binnen. De sferen waren wel overtuigend.

Overtuigend waren ook de acteurs. De volwassenen, maar ook de twee kinderen. De gekheid, het geweld, de ruzies werden soms afgewisseld met liefelijkheid aan de eettafel. Niet de dode Chinezen maar het pijnlijke urineren en de ellende in huislijke kring raakten me het hardst. Wederom een pracht film.

dinsdag 8 februari 2011

Smienten in de sloot

Wat een kabaal. Vogelgepiep is het. Ik denk even aan weidevogels, maar zie niets. In een sloot zitten ze met rode koppen en wit aan de achterkant. Ze zijn slecht te zien door het tegenlicht van de zon. De zon die vandaag zo mooi scheen. Het is alsof ze met hun kabaal duidelijk willen maken: niet doorfietsen even naar ons kijken, wij zijn niet zomaar watervogels. Wij zijn smienten.



Zelf kom ik dan net van de pont bij Akersloot. Die gaat iets noordelijk van het Alkmaardermeer over het Noord-Hollands kanaal. Het is een euro naar de overkant. Ik blogde al eerder over een leuk praatje op dit pontje. Nu was mijn gesprek beperkt tot het geven van de tijd aan een vrouw die er om vroeg: “Als het te veel moeite is dan hoeft het niet hoor!” Het was 14.31.

Het was mijn derde pont. Eerst de pont naar Amsterdam-Noord. Daarna een pontje bij Ilpendam (ook al over het Noord-Hollands kanaal): 50 ct, maar wel een strenge veerman; fiets moet op de standaard of vastgehouden, niet tegen het hekje. Dat hekje gaat hij voor die luizige ½ euro niet tjetten. Dat is teveel gevraagd. Gelijk heeft hij.
Tenslotte zou ik bij Velsen weer overvaren naar mijn kant van Noord-Holland. Dat was de vierde pont op een dag.

Aanvulling 9/2/11 10:06: Er is veel veranderd in die kleine 2½ jaar. Destijds fietste ik met veel kracht alle zorgen van me af. Vaak 3 á 400 km per week. De tocht waarin ik voor het eerst die pont nam, kan ik me nog herinneren. Hij ging naar Den Helder. Onderweg reed ik een rondje over het eiland De Woude dat in de Alkmaardermeer ligt. Dat het een eiland was, hoorde ik van een boerin aan de zuidkant. De paden lagen onder de blubber die uit de sloten gebaggerd was.

Langzaamaan kom ik weer op gang. Ik fiets nog steeds, maar minder en denk en schrijf verzorgder. Tenminste dat hoop ik. De pont bij Akersloot is 150 procent duurder geworden. Nog steeds geen klagen. Een fiets, een lunchpakket, wat fruit, vogels en wat grijpstuivers voor pont - en af en toe de trein - maken een leven al dragelijk. De tocht is nog wat stuurloos, maar gaat inmiddels wel ergens naartoe.



Knooppuntenroute met start bij Amsterdam Noord: 39, 40, 41, 1 (Broek in Waterland), 57, 54, 55 (Monnickendam), 2, 22, 21 (pontje), 14, 32 (Purmerend ½€), 48, 49, 46, 43, 60, 58, 57, 56 (pontje 1€), 55, 98, 34 Heilo, 33, 32, 31 Egmond a/d Hoef (E. aan Zee geweest), 30, 29, 25, 14 (Castricum aan Zee), 34, 97, 42 (Beverwijk), 1, 2 (gratis pont naar IJmuiden), 3, 4, 5, 7, 34 (Santpoort-Noord), 38 (Spaarndam), 35, 15, 16, 91, 12, 30, 28, 26 (Halfweg). Tot hier 115 km. Vanaf knopppunt 26 Brettenroute volgen (groene cirkels met witte stip) naar Westerpark.

De route is gemakkelijk uit te breiden met een stuk door de Kennemerduinen. Of op tal van manieren in te korten. Ik vond het leuk om van Markermeer/Gouwzee naar de Noordzee te fietsen en om thuis te vertrekken en daar ook weer aan te komen.

zaterdag 5 februari 2011

Wind

Het is zo’n dag dat je thuis wil blijven. Het KNMI gaf donderdag al een windwaarschuwing en een veertig procent regenkans. Maar met wind mee, een nieuwe ketting en achterwiel moet het kunnen. Het duurde wel even voordat ik vrijdag de moed vond te gaan.

Al snel een eerste verrassing: tussen Amsterdam-IJburg en Muiden ligt een nieuw fietspad. De eerste ben ik niet die er overheen rijd. Er zijn verse en oudere fietssporen, getrokken met de modder en schapenpoep die op het pad ligt. Tijdenlang werd er gewerkt. Nu was het hek weg. Wel zijn er nog mannen bezig. Ook kabels gaan er de grond in; de digitale snelweg en langzaamverkeer gaan samen. En ze hebben er beide baat bij.


Grotere kaart weergeven
Het eerste stukje loopt aan de landzijde onder de Diemerzeedijk. Later fiets ik er bovenop. Meteen een mooi uitzicht over het IJmeer. In het midden ligt een vlot met een kinderhut of woning van een zonderling er op. Rechts ligt Muiden Chemie. De voormalige kruitfabriek heb ik nog nooit van die zijde gezien. Aan de linker kant water zo ver je kan kijken. En in dat water het eiland Pampus. Ik, de fietser, doe er even niet toe. Wel wat hij ziet. Dit nieuwe pad maakt mijn dag gelijk al goed. In mijn hoofd ook vergezichten.

Het zet de toon voor vandaag. De vele bouwprojecten langs de route kunnen de pret niet meer drukken. Er hangt een boom over het pad. Maakt niet uit. Huizen maakt het wel heel bont door fietsers kilometers om te laten rijden. Een smal fietspad langs het water – deel van een zogenaamde Lange afstands Fietroute (LF 23) - werd afgezet. De bestemingplannenmaker-van-dienst heeft geen oog voor fietsers of maakt van meet af aan duidelijk dat de grond aan het water meer opbrengt als ze verkocht wordt. Ik moet het eens uitzoeken, maar vandaag geen gemier op de vierkante meter.

De tocht gaat aan de Flevo-zijde langs de randmeren. Pas in Elburg zal ik weer naar het oude land oversteken. Water stuift over het pad langs Gooimeer, Eemmeer en Wolderwijd. De zijwind is nauwelijks te doen. Pas ter hoogte van Nijkerk begint de draai naar het Noorden en heb ik de wind in de rug. Zo kom ik waar ik zijn wil.

Het maximum vandaag is 43 km op het vlakke. Tegenliggende scholieren zwoegen naar huis en er zijn er ook afgestapt. De kuifveren van de kuifeenden wapperen in de wind. Een vloot zwanen duwt de borst vooruit door de golven. Ik zie mijn eerste kievit van dit jaar. Het maakt me blij - net als de eerste zwaluw dat later zal doen.

De wind waait ook mijn hoofd fris. Niet leeg. Er broeit iets. Dat boompje dichtbij, die vogel met zijn lichte kop die opvliegt als ik langs fiets (waarschijnlijk een nonnetje), de man die keek alsof de hele wereld kon barsten en toch blij keek toen ik hem groette, mijn eigen hoofd waar ik steeds minder van begrijp, de vogels, de zwammen, bomen en stadjes hebben evenveel waarde als de verten die ik wil zien. Maar nu zie ik over 't water en de bomen verderop de zandruggen van de Veluwe liggen.

woensdag 2 februari 2011

Hout: lege platte zwartgalligheid


“Mand,”
het woord floept aan op een lichtbalk tegen de achtermuur van Zaal 1 van Frascati. Ik ben bij toneelstuk ‘Hout.’ Als ik deze bespreking weken later uitschrijf, lees ik op de website van de Toneelschuur in Haarlem waar het over gaat: de kracht van geloof in de ander en gedwongen participatie. Op het moment dat ik naar het stuk van Abke Haring ging, las ik ergens dat het ging over het bewaken van persoonlijke ruimte.

De spelers zijn drie mannen en een vrouw in ondergoed: bijna naakt en onaantrekkelijk. De zaal is van onderaf fel verlicht, maar omdat er stof of damp in de lucht hangt is het licht toch diffuus. De vier bewegen traag en mechanisch. Af en toe checkt er één iets door een commando te roepen. “X,” roep de één. “Vast,” roepen één of meerdere anderen. Mensen als apparaten. Moderne dans lijkt het, maar dan niet door dansers maar door toneelspelers.

Een compositie van monotone, soms pijnlijke klanken, die even het ritme van een heftige house bereiken, begeleidt het hele stuk. Het is een stuk over niets. Dialogen zijn er niet. Alleen die commando's en aanmoedigingen bij seks en een enkele korte en lange monoloog. De lange zit vol met verwijzingen naar verwrongen seksuele fantasieën. Als hij afgelopen is begint hij aan het eind weer van voor af aan. Alsof het een voorstelling in de Cineac is; een uit het hoofd geleerde riedel. Een andere monoloog verwijst onder meer naar het meisje bij de kassa die haar teksten inhoudsloos spreekt, zoals opgedragen en met uitsluitend beleefdheidsfrasen. Toch maakt ze “het huisdiertje in mijn lichaam wakker,” zegt de vrouw.

Het is seks en verder leegte. Bijna letterlijk nietszeggend. Er is een gore scene die doet denken aan een verkrachting. Nadat verschillende lijven boven op elkaar hebben liggen beuken, wordt één van de mannen vastgepakt door een man en de vrouw. Hij pijpt – al dan niet gedwongen - haar duim en moet een paar keer kokhalzen. Hij wordt grof in zijn mond gevingerd en tegen zijn achterste gebeukt. Het is afstotend, niet mooi en niet nodig. Aan het eind van de scene wordt de man afgedankt en bloot in een plastic zak gestopt.

Een man die alsof hij een vrouw is door een man en een vrouw wordt misbruikt en mishandeld, het had met meer subtiliteit en inhoud een krachtig gegeven kunnen zijn. Hier maken die halve verandering van geslacht en de handelingen duidelijk wat ik al wist; seksueel geweld is afschuwelijk en verwerpelijk.

Aan het eind is alles weer zoals het was. Zelfs de man uit de plastic zak doet weer mee. Alsof er niets gebeurd is. Veel was er ook niet gebeurd. Veel wijzer ben ik er niet van geworden. En veel plezier heb ik er niet aan beleefd. Maar dat zal de bedoeling wel zijn geweest. Lege platte zwartgalligheid dat was het.

Wilt u een positievere kritiek:
Zonderlinge, extreme performance, door Abke Haring.
Op de site van de Toneelschuur in Haarlem vindt u/jij meer besprekingen.

Hier nog de site van het Vlaamse toneelhuis.

zondag 30 januari 2011

Vooruit!

Het zou een zware tocht worden vandaag. De trein naar Amersfoort spoort door het Naardermeer. Het is één van die plekken waar ik vrijwel altijd naar buiten kijk. Op de fiets kom ik er regelmatig langs. Er doorheen dat is het voorrecht van de trein en wandelaar. Er ligt ijs op de plassen vandaag.


Op de fietsrouteplanner heb ik een route uitgezet*: van Zwolle naar Amsterdam. Anders dan anders. Deze keer niet aan de IJsselmeerzijde van de A28, maar tussen die weg en de A50 in naar het zuiden.

Mijn tocht gaat vrijwel helemaal door de bossen en ik merk er niet veel van de kou. De bomen vangen de wind en door het trappen word ik warm. Mijn achterwiel is aan vervanging toe en daardoor voelt het wel alsof ik de hele tijd bergop ga.

Als ik in Zwolle het station uit kom moet ik naar knooppunt 17 en wordt de stad uit gevoerd. Het is niet de kortste weg naar de brug over de IJssel, maar de korte route is niet altijd de beste. Nu ga ik fijn een stuk langs de IJssel.

Ik zie een postbode op zijn fiets over een dijkje in de volgelopen uiterwaarden naar een boerderij fietsen. ’t Ziet er rustig uit. Op Google maps is wat nu water is, geheel groen van het gras. De boerderij ligt droog. Het pontje richting Hattem vaart niet in deze tijd van het jaar. Ik kom toch in het plaatsje via de IJsselbrug.


Grotere kaart weergeven

Daar begint een tocht langs een heideveld, waar ik weinig van zie, en ook langs provinciale wegen. Af en toe wordt de route van de autoweg afgevoerd en kom ik er na een bocht toch weer op terecht. Als ik dan de weg weer zie voel ik me genept. Fietsen met een grote weg als leidraad, iets in mij verzet zich daar tegen. Het stuk tussen knooppunten 87 en 96 maakt alles toch goed.

Op de Veluwe besluit ik niet via Harderwijk naar Amsterdam te gaan, zoals ik van plan was, maar onder Ermelo en Putten door richting Amersfoort om daar de trein te nemen. De tocht gaat over het Hulshorsterzand en hoewel ik verder wil maak ik toch snel een foto van een eenzaam boompje. Vooruit, maar wel over je schouder en om je heen kijken. Verder komen, maar ook stomweg genieten.

Het fietsen schiet niet op. Mijn achterwiel ratelt. De ketting beter spannen heeft niet geholpen. Zwoegen is het. De stukken door de stille bossen zijn bijzonder. Als de zon onder is raak mijn oriëntatiegevoel kwijt. Ik trap door en door. In het donker kom ik twee keer langs Garderen. Het huisje in Het Speuld waar ik ooit een korte vakantie vierde met mijn partner staat er nog met een bordje ervoor. Het is nog steeds te huur. Een afslag naar Apeldoorn - waarheen ik besluit te rijden - mis ik. Uiteindelijk wordt het de trein in Putten waarmee ik weer naar huis rijd.

Zandkastelen

Dit is mijn eerste fietsblog hier. Ik schreef er al veel en zal er zeker een aantal overzetten naar Zandkastelen.

* Knooppunten: 17 – 16 – 77 – 59 – 58 – 60 – 56 – 54 – 54 – 84 – 89 – 88 – 87 (mooi stuk) – 96 – 30 – 19 – 18 – 29 – 13 – 83 – 82 (daar ging ik anders) – 81 – 80 – 97 – 1

donderdag 27 januari 2011

Gedichtendag 2011 bijdrage



Verlichte weg


De maan trekt een streep. Ze ligt als een weg over de zee.
Met mijn voeten in het natte zand sta ik. En kijk.
De weg eindigt bij een vage scheiding; de rand van de wereld.

Volg daar de kromming. Ga de tocht mee met het water.
Raak buiten zicht. De weg gaat verder: tot aan land. Of
vervolg daar bij de einder de route vanuit een rechte koers.
Raak los. Zonder houvast. Niet wetende waar en of je landt.

Wandelen over water is ongemakkelijk,
maar vliegend door de ruimte gaan is koud en kil;
los van alles en iedereen.

Mijn hielen graven zich in het verlichte zand.
Mijn geest bedenkt de mogelijkheden die onmogelijk zijn.

Dan draai ik me om en geef me over aan de nacht.
Het golvende zilveren pad wacht.

martin broek