Posts tonen met het label noord-holland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label noord-holland. Alle posts tonen

vrijdag 26 augustus 2016

Omvergeschopt

Terp

Laat weg. Eerst kleine klussen: sloten klemmende deur openen; voorlamp van huisgenoot repareren; en internetkabel provisorisch van ene naar andere zoon leggen. Geen idee ook waar ik heen wil.

Donkere wolken trekken voorbij. De bui gaat me minimaal € 2.500 kosten. Ik ben gevangen tussen ziekte en belastingtechnische bureaucratie. Als zieke val ik buiten de boot die anderen wel mogen nemen. De lust vergaat me zo. Omvergemept. Wees niet bang, ik sta wel weer op. Dat heb ik mezelf voorgenomen en dan doe ik het ook.

Plezierig was de tocht niet, maar beter dan niet fietsen. De opkomende kiespijn zal niet geholpen hebben. Het was een rommelig rondje Noord-Holland en ging langs de Zaan, over dijken en langs ringvaarten. Een terp verraadt waar vroeger het water was. Oud en nieuw land zijn er niet meer te onderscheiden.

De foto's van industriële objecten langs de Zaan kan je aanklikken voor een grotere versie ervan.





woensdag 30 november 2011

Vreugde








kijken

“De vreugde van het kijken is,” las ik onder een foto op het internet, "een groot genoegen om altijd mee te dragen," Daar kan ik me wel wat bij voorstellen. Dat plezier wordt dan ook nog eens versterkt door het precies kijken dat nodig is om te kunnen fotografgeren. Als kers op de taart kan je door de foto's beelden ook gemakkelijker weer ophalen. Met gedachten daaraan fiets ik naar de pont in Buitenhuizen. Als ik een jonge meeuw dood naast de weg zie liggen, mengen die gedachten zich met donkerder beelden.

Goed kijken is lang niet altijd een plezier. Dat is zo tijdens het fietsen, maar zeker in het algemeen zo. Het wringen van twee ideeën, het lelijke niet willen negeren en het mooie wel willen zien, vult een tijdje mijn hoofd. De uitweg die ik vind is een paralel met het aforisme 'het goede behouden, het slechte bestrijden.' Het één kan naast het ander bestaan. Voor de in de spreuk bepleitte aanpak is het zelfs een must om voor beide de ogen open te houden. Zo fiets ik weer verder.

Je kan de foto's in dit blog aanklikken voor een grotere versie.




zaterdag 3 september 2011

Dwaalplannen






















“Maak geen plannen en volg zeker niet klakkeloos die van anderen; de geschiedenis overvalt je toch wel, óf niet,” dat lijkt het motto van De Beren Los, het eerste boek van John Irving en de laatste roman die ik las. Mogelijk is dat boek de reden dat ik nu al twee keer op de bonnefooi op mijn fiets ben gestapt. Al paste dit soort gedrag ook al bij me voordat ik het boek las.

Vorige week vrijdag wist ik wel waar ik naartoe wilde gaan. Gisteren was dat pas na een kilometer of zeven. Ik zat toen al op de verkeerde route, maar dacht met behulp van de zon wel weer goed uit te komen. Maar tussen een mooi idee liggen sloten en plassen en andere bezwaren. Zeker als je de Purmer en Wormer moet passeren kan je niet op goed geluk rijden. Ringvaarten zonder bruggen dwingen je te kiezen tussen links en rechts, terwijl je volgens de zon bijvoorbeeld schuinrechts moet. En alsof dat nog niet genoeg is zijn er de sloten die je ook binnen de polders de 'pas' afsnijden. Een kaart met daarop water, pontjes en bruggen is dan een betere gids dan de zon.

Ook in het boek van Irving bleek het niet maken van plannen een moeilijke, om niet te zeggen onmogelijke, opgave. Het plannen zit in onze aard. Het is misschien minder romantisch dan het bandeloos volgen van de schoonheid van de zon, maar leidt wel ergens naartoe; niet altijd kan 'onderweg' de bestemming zijn. De zon bracht me wel op de mooiste plaatsen. Plekken die ik gemist zou hebben met een bekende route. Dwalen met een grof plan bevalt me wel, maar toen ik uiteindelijk weer op een bekende route kwam had ik zoveel tijd verloren dat het plan dat ik na zeven kilometer maakte in de soep was gelopen. Die bestemming was niet meer te halen.

Wat me vervolgens bezielde om impulsief via Enkhuizen naar het Noorden te rijden weet ik niet precies. Het stadje had wel een rol gespeeld in mijn zoektocht naar een bestemming. Nu reed ik een flink eind om, een blik op de kaart maakt meteen duidelijk dat dit bijna onvermijdelijk is als je via het VOC-bolwerk rijdt. Ook dit deel van de tocht bracht me wel op plaatsen waar ik nog niet eerder geweest was.

Ook bij fietsenmaker Bijl, waar ik vroeg of hij mijn vastgedraaide trapper wilde losdraaien als ik bij hem nieuwe kocht. Eerst kreeg ik te horen dat het nauwelijks mogelijk is trappers los te krijgen en vervolgens het advies hem eerst een nacht in de olie te zetten. Toen ik na deze opmerking wegging was hij erg verbaasd. Een fietsenmaker is geen diplomaat, maar dit was wel een grote knurft. Een stukje verderop in Onderdijk kreeg ik bij fietsenmakerij en -verhuur Lakkie een extra lange sleutel vijftien en draaide met veel moeite en kracht mijn kapotte rechter trapper eraf en zette er een nieuwe op. De linker - je koopt een paar - gaf ik aan de fietsenmaker.

Voor Harlingen zag ik de zon mooi ondergaan over het water. Op het wad liepen meer lepelaars dan ik ooit bij elkaar zag. Het was zo mooi en onbegrijpbaar groots dat het me ontroerde. Voldaan ging ik na mijn dwaaltocht met de trein naar huis.

vrijdag 26 augustus 2011

Flexibel











Veel vaart zit er niet in deze fietstocht. Op het centraal station van Amsterdam kan ik het niet laten om foto's te maken; veel foto's. Op de pont naar Noord hou ik me in, maar als ik een weg insla die ik nog nooit heb genomen, ga ik weer los. Na anderhalf uur ben ik hemelsbreed een kilometer van huis. Om wat verder te komen zet ik mezelf op rantsoen. Iedere dertig kilometer mag ik foto's maken, verder niet. De mooiste plaats ik dan bij dit blog.

***

Na dertig kilometer zit ik op een bankje bij een kaal plantsoen in Wormerveer. Er huppen wat kauwen in het gras. Ook de huizen zijn niet bijzonder. Leuk zo'n opdracht aan jezelf geven, denk ik sarcastisch. Toch ga ik beter kijken. De bank waarop ik zit is verweerd. Klik, die staat er op. Tevreden ben ik nog niet. Er was ook een mooie foto van te maken. De kauwtjes komen er niet scherp op. Delete. Dat moet nog eens over. Mensen die passeren gaan de een na de ander op de plaat. Vooral fietsers en scootmobielers. Het lijkt alsof ik mezelf op een fotocursusfietstocht heb gestuurd.

***

De volgende keer dat ik er dertig kilometer gereden heb, ben ik vlak bij Egmond aan de Hoef. Op het bankje waar ik ga zitten rust een andere fietser uit. Hij heeft pijn aan zijn voet door zijn wielerschoenen. Daar heb ik met mijn sandalen geen last van. De man komt uit Heemskerk en rijdt een rondje. Normaal op vrijdag, maar de weersverwachtingen waren - net als bij mij - een reden zijn tocht een dag naar voren te verplaatsen. Hij leeft het mooie leven van de pensionaris van de huidige generatie (goed pensioen, tijdig stoppen) en gaat op pad met de caravan, maakt reisjes en fietst iedere week twee keer in eigen land en als zijn vrouw iets anders te doen heeft, maakt hij lange tochten. Als hij vertrokken is, maak ik nog mijn foto's van slangenkruid en de paarden die los in de duinen lopen.

***

Als ik weer mijn afgesproken afstand erop heb zitten, ben ik net voorbij de kernreactor van Petten (ik stopte er al eerder). Maar de dertig-kilometer-regel is dan al wat verwaterd. Aan het einde van de Hondsbossche maakte ik foto's en een paar keer stopte ik voor een plaatje. Vroeger zou ik mezelf een zwakkeling hebben gevonden, maar 'de dertig kilometer' was vooral een richtlijn en geen wet van Meden en Perzen. Dat wist ik vroeger ook, maar toch kon ik me nooit losmaken uit zo'n stramien.

Op het moment dat ik dit stukje in de trein schrijf weet ik nog niet welke foto het gaat worden: de paddenstoel die dwars door de poep van een kyloe groeit; de bomen die willen oversteken, maar achterblijven; of de grove den. Ach misschien moet ik ook die zelf opgelegde regel loslaten en als het past meerdere foto's plaatsen.

***

De tocht eindigt in Den Helder op het laatste - of het eerste, zoals nu voor mij - station van Noord-Holland. Het is ruim 29 kilometer na de stop bij Petten. Voordat ik er ben ga ik nog heel hard door de Donkere Duinen om de zonsondergang boven zee te zien. Als ik eindelijk op de zeedijk ben, is het rood al grotendeels verdwenen en zijn alleen de lichte strepen in de lucht over. Op het station van Den Helder neem ik de trein en ga naar huis. In Callantsoog kocht ik bij Albert Heijn een NRC-Next, omdat er naast een ruime sortering Duitse kranten en de Belgische krant Het Laatste Nieuws niets te koop was. Een overbodige aankoop want de Spits! en Metro, die in de trein lagen, zijn samen zijn vrijwel even informatief. Ik heb hem dan ook snel uit. Het bier smaakt me beter. Het was een fijne tocht, de eerste lange toer die ik weer op mijn eigen fiets reed.

woensdag 20 april 2011

Noorder Zee- en IJdijk


Foto's gemaakt op 19 april 2011.
Vanuit Amsterdam, of zuidelijker, liggen het IJ en Noordzee Kanaal in de weg om Noord-Holland in te trekken. De provincie is voor fietsers maar op één plaats vast met de overzijde verbonden. Dat is bij de Schellingwouderbrug in het Oosten van Amsterdam. Vanaf daar tot aan de Noordzee varen tal van ponten de hele dag op en neer. De pont bij Buitenhuizen is er daar een van.

Als je vanaf die pont een eindje naar het Westen fietst kom je bij de Zeedijk. Die dijk loopt, na een bocht, in de richting van het Noorden. Een zeedijk in het land. Dat betekent dat er ooit zee moet zijn geweest. De kaart laat zien dat de dijk onderdeel is van de Noorder Zee- en IJdijk. Het deel bij Assendelft schermde het land af van het IJ, Wijkermeer en Kil*.

Al in de 13e eeuw was sprake van een dijk. Aan het eind van de 16e was de dijk niet veel meer dan een aarden wal met een voetpad erover. Er was dan ook veelvuldig sprake van dijkdoorbraken die nog goed zichtbaar zijn door de bochten erin. Op 25 december 1717 stroomde tijdens de Kerstvloed zoutwater ver Noord-Holland binnen. 14.000 Doden vielen er en het land bleef lang onbruikbaar. Kort daarop werd besloten tot dijkverzwaring en een reorganisatie van beheer en onderhoud. zie

Aan de zeezijde werd de dijk waar nodig verzwaard met zwerfkeien. Er waren ook plaatsen waar klei was aangeslipt en de dijk die versteviging vanwege dit voorland niet nodig had. Door het droogleggen van de Kil en het aanleggen van de IJ-polders kwam de dijk droog te liggen. De zwerfkeien zijn toen weggehaald. Nu zie je vanaf de dijk over het land heen grote zeeschepen de haven van Amsterdam bezoeken.

Het is een mooie weg om richting Heemskerk te fietsen. Via de Zeedijk en aansluitende Genieweg ben je er bijna. De tocht passeert twee kruitkamers, een nevenbatterij en een fort. Voor de liefhebbers van de Hollandse Waterlinie is er langs deze dijk dan ook veel te beleven. Van het einde van de Geniedijk is het nog een klein stukje naar het Noord-Hollands Duinreservaat.

* De Kil is een restant van wat eens een brede veenstroom, de 'Cromme IJe', was een verbinding tussen het IJ-Wijkermeer enerzijds en het Uitgeestermeer-Alkmaardermeer anderzijds.

Belangrijkste bron:
P R O V I N C I E N O O R D - H O L L A N D; Beschrijving van de Noorder IJ- en Zeedijken deel 1 en 2 Haarlem, september 2004

dinsdag 8 februari 2011

Smienten in de sloot

Wat een kabaal. Vogelgepiep is het. Ik denk even aan weidevogels, maar zie niets. In een sloot zitten ze met rode koppen en wit aan de achterkant. Ze zijn slecht te zien door het tegenlicht van de zon. De zon die vandaag zo mooi scheen. Het is alsof ze met hun kabaal duidelijk willen maken: niet doorfietsen even naar ons kijken, wij zijn niet zomaar watervogels. Wij zijn smienten.



Zelf kom ik dan net van de pont bij Akersloot. Die gaat iets noordelijk van het Alkmaardermeer over het Noord-Hollands kanaal. Het is een euro naar de overkant. Ik blogde al eerder over een leuk praatje op dit pontje. Nu was mijn gesprek beperkt tot het geven van de tijd aan een vrouw die er om vroeg: “Als het te veel moeite is dan hoeft het niet hoor!” Het was 14.31.

Het was mijn derde pont. Eerst de pont naar Amsterdam-Noord. Daarna een pontje bij Ilpendam (ook al over het Noord-Hollands kanaal): 50 ct, maar wel een strenge veerman; fiets moet op de standaard of vastgehouden, niet tegen het hekje. Dat hekje gaat hij voor die luizige ½ euro niet tjetten. Dat is teveel gevraagd. Gelijk heeft hij.
Tenslotte zou ik bij Velsen weer overvaren naar mijn kant van Noord-Holland. Dat was de vierde pont op een dag.

Aanvulling 9/2/11 10:06: Er is veel veranderd in die kleine 2½ jaar. Destijds fietste ik met veel kracht alle zorgen van me af. Vaak 3 á 400 km per week. De tocht waarin ik voor het eerst die pont nam, kan ik me nog herinneren. Hij ging naar Den Helder. Onderweg reed ik een rondje over het eiland De Woude dat in de Alkmaardermeer ligt. Dat het een eiland was, hoorde ik van een boerin aan de zuidkant. De paden lagen onder de blubber die uit de sloten gebaggerd was.

Langzaamaan kom ik weer op gang. Ik fiets nog steeds, maar minder en denk en schrijf verzorgder. Tenminste dat hoop ik. De pont bij Akersloot is 150 procent duurder geworden. Nog steeds geen klagen. Een fiets, een lunchpakket, wat fruit, vogels en wat grijpstuivers voor pont - en af en toe de trein - maken een leven al dragelijk. De tocht is nog wat stuurloos, maar gaat inmiddels wel ergens naartoe.



Knooppuntenroute met start bij Amsterdam Noord: 39, 40, 41, 1 (Broek in Waterland), 57, 54, 55 (Monnickendam), 2, 22, 21 (pontje), 14, 32 (Purmerend ½€), 48, 49, 46, 43, 60, 58, 57, 56 (pontje 1€), 55, 98, 34 Heilo, 33, 32, 31 Egmond a/d Hoef (E. aan Zee geweest), 30, 29, 25, 14 (Castricum aan Zee), 34, 97, 42 (Beverwijk), 1, 2 (gratis pont naar IJmuiden), 3, 4, 5, 7, 34 (Santpoort-Noord), 38 (Spaarndam), 35, 15, 16, 91, 12, 30, 28, 26 (Halfweg). Tot hier 115 km. Vanaf knopppunt 26 Brettenroute volgen (groene cirkels met witte stip) naar Westerpark.

De route is gemakkelijk uit te breiden met een stuk door de Kennemerduinen. Of op tal van manieren in te korten. Ik vond het leuk om van Markermeer/Gouwzee naar de Noordzee te fietsen en om thuis te vertrekken en daar ook weer aan te komen.

De pont en de uitverkoop

Pontje Akersloot in 1930, van website

Dinsdag nam ik het kleine pontje bij Akersloot. Het kostte precies 45 cent.
"Een vriendenprijsje," stelde een wat oudere man, die ook met het pontje mee wilde.
"De ponten over het IJ en Noordzeekanaal zijn gratis," reageerde ik bijdehand.
"Dat hebben de Noordhollanders afgedwongen bij de aanleg van het Noordzeekanaal," reageerde mijn mede fietser beter geinformeerd dan ik. "Dat is wettelijk vastgelegd."
"Tien jaar geleden is daar door de PvdA minister Netelenbos de eerste deuk ingeslagen," ging hij voort.
"Auto's moeten sinds die tijd betalen voor de overvaart," en dat is inderdaad tegen de afspraak die Thorbecke in 1863 wettelijk vast liet leggen: "Bij de bruggen en overtogten, dienende tot herstel van openbare gemeenschap, mag geen tolgeld van voetgangers, beesten, voer- en rijtuigen worden gevorderd."
Bij de overdracht van de ponten aan Connexion moest er ook een economisch voordeel voor het bedrijf aan zitten en zo werd de 19e eeuwse afspraak voor een deel uitgewist.
"Ik heb het idee dat de PvdA een beetje terug komt van de grote uitverkoop." Zeg ik optimistisch. "Alleen daarom al, is het al goed dat de SP bestaat." Zo eindigde mijn bijdrage aan deze kleine dialoog.
"Het zijn nog stuurlui op de wal. Even wachten tot ze aan het roer staan," reageerde hij sceptisch.

Hopelijk wint mijn optimische het van het door de wol geverfde scepsisme. Van mij mag de uitverkoop stoppen. Uiteindelijk gaan diensten meer kosten en worden ze minder efficient.

Overigens heb ik geen klachten over het kleine pontje bij Akersloot.

Geschreven: 11 september 2008 voor Volkskrantblog

zondag 30 januari 2011

Verliefd en in de 70


Voor ’t eerst sinds lange tijd weer een echte fietstocht gemaakt met de zon het grootste deel ervan op mijn bol. Net op weg was de vreugde over het fietsen al aan het tollen door mijn hoofd. Bij Egmond aan de Hoef zaten twee korte gedichtjes in mijn hoofd om die gedachten vast te grijpen. Ook maakte ik zoveel foto’s dat al bij de boet in de duinen van Castricum de accu van mijn telefoon leeg was en een foto van het duinmeer, dat daar in de zon lag, niet meer wilde.

Het bruiste. De energie barstte uit mijn lijf. Manisch. Dat woord schoot opeens door me heen. Misschien niet echt, maar wel een lichte vorm? Of niet? Na maanden van somberheid, leek alles weer los te komen: gedachten en de wil om iets te doen en te genieten. Extatisch dat is het woord. Het tintelde door mijn hoofd. Het voelde als koorts in mijn lijf. Het overviel me. Het was niet naar of beangstigend, maar het was wel veel. Is er geen manier om het te bewaren en op te halen als het nodig is.

In Callantsoog, bijna in Den Helder, nam ik in een strandpaviljoen een tosti en een Texels winterbier (aanrader). Een ouder echtpaar nodigde me bij hen aan tafel. Een tafel aan 't raam, zodat de bulderende zee dichterbij was en mooier om naar te kijken. Ze waren verliefd en tegen de zeventig. Dat laatste schatte ik. “In de zeventig,” zeiden ze, toen ik er naar vroeg.

De man had op het eerste gezicht een groot en stevig lijf, als van een bootsman. Hij was afgeleefd op de binnenvaart, als vrachtwagenchauffeur en als jongen van zestien à zeventien door het schoonmaken van scheepsruimen. Dat laatste zorgde ervoor dat hij nu bijna geen adem kon halen, volgens zijn vrouw. De laatste specialiste die hij bezocht zei: "Zegt u maar wat er nog wel werkt." Hij slikte morfine tabletten en grote hoeveelheden Ibobrufen tot hij een zombie werd. Dat paste hem niet. Blijven lachen was zijn devies. “Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.” Hij kende zijn tegeltjeswijsheid.

Het werd een bijzonder gesprek over vrijheid en onvrijheid in het geloof, de reactie van de omgeving als je het niet precies zo doet als het hoort, volwassenen doop, belijdenis, gescheiden financiën in een nieuwe relatie en leven met lichamelijke narigheid en net niet teveel de Heer. Ik maakte duidelijk dat de heer voor mij niet telde, maar boezemde blijkbaar voldoende vertrouwen in om toch tegen me te praten over geluk en moeilijke keuzes in het leven. Ook op kerkelijk terrein. Ze woonden nu gehuwd samen in Putte, waar de vrouw als weduwe al woonde, voordat ze hem ontmoette.

“Mooi daar,” zei ik.
“Erg veel bomen,” vond hij.

“Put de mooie dingen uit het verleden,” zei de man. Hij haalde een tocht op die hij vroeger wel eens maakte, van Rotterdam (waar hij toen nog woonde) naar Scheveningen. Daar nam hij dan een broodje zalm om vervolgens via het Westland naar Hoek van Holland te gaan voor een patatje bij een goed adresje. Gegeten en genoten als hij thuiskwam.

Hij lachte de ziekte uit die hem uit zijn slaap hield en spotte ermee. Om het vol te houden is er humor, indien nodig van de galg, genieten van wat je nog kan en hebt, zelfspot, omkijken naar de mooie dingen en relativeringsvermogen. Dat maakt dat je geen sombermans wordt. Dat relativeren voegde ik toe, maar pas tijdens het schrijven snap ik dat dit woord niet overkwam in het gesprek.

De vrouw deed zichzelf tekort door haar geluk van God gegeven te zien. Ze had er zelf aan gewerkt en er voor gekozen. Ik zag lichtjes in haar ogen.

Het was een mooie dag.

27 februari 2010