Posts tonen met het label ponten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ponten. Alle posts tonen

zaterdag 17 mei 2014

Schipper




Mag ik overvaren
In november 2007 ging ik fietsen. Het moest van de fysiotherapeut, waar ik kwam na een operatie aan mijn meniscus. De man keek afkeurend naar mijn nauwelijks ontwikkelde beenspieren. Het begon met een tocht naar Spaarndam. Ik dronk er een warme chocolademelk om weer terug te kunnen. Heen en weer was het stukje zo'n 30 km.

Afgelopen week fietste ik er weer langs en bedacht me dat ik nog nooit vanuit huis naar Limburg was gefietst (de overige provincies heb ik wel gehad). Op vrijdag 16 mei was het mooi weer met weinig wind; een dag voor een mooie tocht: langs de heuvelrug; over de Nederrijn (bij Rhenen), Waal (Druten) en Maas (Batenburg en Bergen) over en met de trein vanuit Venray, na bijna 200 km, terug naar Amsterdam.



zaterdag 29 oktober 2011

veel vogels vandaag








Veel vogels

In de lucht is een lichte streep te zien; die is veel belovend. Maar langzaam wint het grijs. Toch is er met de blik op dichtbij nog veel kleur. Bijna weer thuis houdt de weg op; een brug wordt gerepareerd, vandaar. De Paddegat IV (een pontje voor-zo-lang-het-duurt) brengt me naar naar de overzijde van de ringvaart. Daar zie ik dat het licht weer terug is gekomen aan de hemel. Het laat de herfstbladeren schitteren.




zaterdag 11 juni 2011

Een dag met de rivieren







Twee keer lees ik in de trein een artikel over Job Cohen. Eén in de Spits! en het andere in de Volkskrant. Ze gaan over één persoon, maar het goed dat het erbij staat anders zou je het niet zien. De Spits! (een uitgave van De Telegraaf) beschrijft hoe slecht Cohen is als oppositieleider. De Volkskrant roemt zijn krachtige optreden tijdens het debat van donderdag jl. Terwijl ik lees is het landschap buiten groen in alle mogelijke tinten. Het steekt af tegen de grijze lucht. Het had een waarschuwing kunnen zijn.

Op station Amsterdam-Amstel stapt een vrouw in. Ze ploft neer en krabbelt een telefoonnummer op mijn krantje. Ik wil het net gaan lezen. Ze heeft het nummer nog even nodig, zegt ze als ik er naar vraag. Haar tas ligt voor de deur; niemand kan naar binnen. Een man staat te duwen. Ik wil hem net wegschuiven als ze het zelf doet. “Alles zit tegen vandaag,” verzucht ze. Zelf wordt ik gebeld. Het wordt een gesprek over twee gevallen van miscommunicatie tijdens het maken van een folder. Twee keer volg ik een afspraak die zwart-op-wit staat. Altijd twijfel ik allereerst aan mezelf (is dat verkeerd?). Dat is nu niet nodig. Wel is het zaak te bedenken hoe ik dit de volgende keer kan voorkomen. "U bent niet de enige bij wie het tegen zit," zeg ik tegen de vrouw tegenover me, die meeluisterde.

Met de trein ga ik naar Nijmegen om vandaar de Lange Afstandfietsroute LF12 vanuit Mook te rijden. Het is zaak na een te drukke week ontspanning te zoeken. Al eerder fietste ik deze tocht. Ik weet dus dat het een rit wordt met heel veel pontjes, dijken en rivieren. De toch gaat door het land van Maas en Waal, maar ook zuidelijk van de Maas, de Waal zal ik niet over gaan en een stuk voert langs de Merwede. De kust ken ik goed; daar waar duinen, zee en strand het land bepalen. Hier zijn het de rivieren – die elkaar soms bijna raken – en dijken die het land aaneenrijgen. Het zijn lange kettingen met water dat vlak en glad met fijne steepjes door de stroom en wind richting zee glijdt. Dat donkere water straalt rust uit, terwijl het toch voortdurend in beweging is.

Metaforen. Is dat het wat ik zoek tijdens het fietsen? Beeldspraak om mijn eigen leven te duiden? Wat wil ik aan mijn ketting hangen? Nog niet zo lang geleden was dat volstrekt duidelijk. Een zo goed mogelijke vader en eerlijke partner. Bovendien iemand die stond voor zijn zaken en met roeien en riemen werkte aan een ideaal. Het ging goed tot de vermoeidheid en pijn toesloeg. De gang raakte eruit. Zolang ik de kettingen vast kon houden waren de rijgsnoeren alles bepalend en trokken als Maas en Waal met elkaar op; soms dicht bij elkaar en dan weer uiteenlopend. Het snoer wat ik nu te pakken heb voelt onwennig – als het al went. Het glipt me steeds uit de hand en de kralen die zich aan dienen zijn me soms te groot.

In de trein hoor ik twee vrouwen met elkaar praten. Het gesprek gaat vooral over het afronden van de studie. “Ze is so self absorbed,” zegt de een over haar studiebegeleidster. Het plotse Engels zet me aan het denken. Ben ik dat ook? Een blog als dit schrijven, is dat daar geen voorbeeld van? Op de fiets gaat de eerste vijftien kilometer de telefoon; drie maal werk. Werk dat niet om mij draait en geld verdienen maar om geweld en bezuinigingen. Rust heb ik van dat werk nodig – ook mijn hoofd mag wel eens stoppen. Rust krijg ik. Rust, regen, heel veel groen, pontjes die varen en pontjes die al gestopt zijn. In Ravenstein koop ik een kersenflap. Een calorieën bom, maar zo lekker. Ik zou er bijna nog eens voor gaan fietsen. Desnoods weer kleddernat worden door de onweeersbuien.


Foto's genomen op 10 juni 2011. Klik erop voor een grotere versie.

vrijdag 27 mei 2011

Wat een plek!

Foto's genomen op 27 mei 2011. Klik erop voor een grotere versie.











Dit wordt een klein blog over een heel klein plaatsje in de Weerribben. Ik schreef er al eerder over. Jonen is een verademing. Als er wilt wonen kan je niet de auto voor de deur zetten. Je woning is alleen bereikbaar met fiets of pont. Het gebied herbergt een enorme rust. Dat is in dit geval geen cliché maar een overdonderende werkelijkheid.

De pontjesbaas had het rustig vandaag. Er waren maar dertig fietsers. Het was het weer niet om te fietsen. Hij stak zijn hoofd om de hoek van de deur. “Mag ik eerst een appel eten voordat U me overzet?” vroeg ik verrast dat er iemand was. De vorige keer moest ik mezelf met handbediening overzetten. Nu was er een elektrisch aangedreven pont met bemanning. "Doe maar rustig aan,” was zijn antwoord.

Ik maak wat foto's en vind het jammer dat ik weer verder moet. Er staat een huis te koop, maar helaas. Net buiten het dorp zie ik een tjasker. Een wat? Dat dacht ik ook. Het is een molen in zijn minimaalste vorm. Af en toe draait hij op de harde wind en pompt via een goot wat water in de vliet. Hij is gebouwd op basis van tekeningen van de laatste tjaskerbouwer van Nederland, R.W. Dijksma uit Giethoorn.

donderdag 17 februari 2011

gemeente betaalt het onderhoud




Het lijkt stoerder dan het is. Het duurt even voordat de ketting strak staat. Hij ligt slap op de bodem van de Holendrecht. Dat betekent flink draaien, maar kracht heb je nagenoeg niet nodig om aan de overkant te komen. Het is een prachtig systeem. Er is niemand voor nodig. Je kan met een flinke ploeg fietsers over en de kosten van de Koet zijn beperkt tot het onderhoud. Het personeel dat ben je zelf. Het kan vanwege de veiligheid niet op druk bevaren kanalen en rivieren, maar op veel plaatsen zou het een uitkomst zijn.



Via de Holendrecht, Winkel en Waver reed ik weer naar de Amstel. Bij Nessersluis nam ik het volgende pontje. Dit maal wel met een veerman. “Kan het veer van deze bijdragen betaald worden?,” vroeg ik terwijl ik mijn 35 cent voor de overtocht betaalde. “Ja hoor het is genoeg voor ons loon. Er gaan dagelijks 250 auto’s mee.” Op het bord had ik kunnen zien dat die een hele euro voor het overtochtje moeten betalen. “De gemeente zorgt verder voor het onderhoud.”

Dat is twee maal goed geregeld. Het eerste systeem kan bij gratie van een rustig riviertje met weinig kwajongens en scheepvaart. Het tweede pontveer spint er garen bij dat het in een druk bevolkt gebied ligt aan de rand van een prachtig polderlandschap en over de Amstel - een populaire rivier - vaart.

Of het pontje bij café Klein Kalfje het nog deed weet ik niet. Het leek er niet op, maar ik ben gewoon doorgereden zonder te kijken en fietste langs de Amstel tot in het centrum van de stad. Een kilo jasmijn thee gehaald bij Dun Yong op de Nieuwmarkt en weer naar huis een paar pontjes verder.

dinsdag 8 februari 2011

Smienten in de sloot

Wat een kabaal. Vogelgepiep is het. Ik denk even aan weidevogels, maar zie niets. In een sloot zitten ze met rode koppen en wit aan de achterkant. Ze zijn slecht te zien door het tegenlicht van de zon. De zon die vandaag zo mooi scheen. Het is alsof ze met hun kabaal duidelijk willen maken: niet doorfietsen even naar ons kijken, wij zijn niet zomaar watervogels. Wij zijn smienten.



Zelf kom ik dan net van de pont bij Akersloot. Die gaat iets noordelijk van het Alkmaardermeer over het Noord-Hollands kanaal. Het is een euro naar de overkant. Ik blogde al eerder over een leuk praatje op dit pontje. Nu was mijn gesprek beperkt tot het geven van de tijd aan een vrouw die er om vroeg: “Als het te veel moeite is dan hoeft het niet hoor!” Het was 14.31.

Het was mijn derde pont. Eerst de pont naar Amsterdam-Noord. Daarna een pontje bij Ilpendam (ook al over het Noord-Hollands kanaal): 50 ct, maar wel een strenge veerman; fiets moet op de standaard of vastgehouden, niet tegen het hekje. Dat hekje gaat hij voor die luizige ½ euro niet tjetten. Dat is teveel gevraagd. Gelijk heeft hij.
Tenslotte zou ik bij Velsen weer overvaren naar mijn kant van Noord-Holland. Dat was de vierde pont op een dag.

Aanvulling 9/2/11 10:06: Er is veel veranderd in die kleine 2½ jaar. Destijds fietste ik met veel kracht alle zorgen van me af. Vaak 3 á 400 km per week. De tocht waarin ik voor het eerst die pont nam, kan ik me nog herinneren. Hij ging naar Den Helder. Onderweg reed ik een rondje over het eiland De Woude dat in de Alkmaardermeer ligt. Dat het een eiland was, hoorde ik van een boerin aan de zuidkant. De paden lagen onder de blubber die uit de sloten gebaggerd was.

Langzaamaan kom ik weer op gang. Ik fiets nog steeds, maar minder en denk en schrijf verzorgder. Tenminste dat hoop ik. De pont bij Akersloot is 150 procent duurder geworden. Nog steeds geen klagen. Een fiets, een lunchpakket, wat fruit, vogels en wat grijpstuivers voor pont - en af en toe de trein - maken een leven al dragelijk. De tocht is nog wat stuurloos, maar gaat inmiddels wel ergens naartoe.



Knooppuntenroute met start bij Amsterdam Noord: 39, 40, 41, 1 (Broek in Waterland), 57, 54, 55 (Monnickendam), 2, 22, 21 (pontje), 14, 32 (Purmerend ½€), 48, 49, 46, 43, 60, 58, 57, 56 (pontje 1€), 55, 98, 34 Heilo, 33, 32, 31 Egmond a/d Hoef (E. aan Zee geweest), 30, 29, 25, 14 (Castricum aan Zee), 34, 97, 42 (Beverwijk), 1, 2 (gratis pont naar IJmuiden), 3, 4, 5, 7, 34 (Santpoort-Noord), 38 (Spaarndam), 35, 15, 16, 91, 12, 30, 28, 26 (Halfweg). Tot hier 115 km. Vanaf knopppunt 26 Brettenroute volgen (groene cirkels met witte stip) naar Westerpark.

De route is gemakkelijk uit te breiden met een stuk door de Kennemerduinen. Of op tal van manieren in te korten. Ik vond het leuk om van Markermeer/Gouwzee naar de Noordzee te fietsen en om thuis te vertrekken en daar ook weer aan te komen.

De pont en de uitverkoop

Pontje Akersloot in 1930, van website

Dinsdag nam ik het kleine pontje bij Akersloot. Het kostte precies 45 cent.
"Een vriendenprijsje," stelde een wat oudere man, die ook met het pontje mee wilde.
"De ponten over het IJ en Noordzeekanaal zijn gratis," reageerde ik bijdehand.
"Dat hebben de Noordhollanders afgedwongen bij de aanleg van het Noordzeekanaal," reageerde mijn mede fietser beter geinformeerd dan ik. "Dat is wettelijk vastgelegd."
"Tien jaar geleden is daar door de PvdA minister Netelenbos de eerste deuk ingeslagen," ging hij voort.
"Auto's moeten sinds die tijd betalen voor de overvaart," en dat is inderdaad tegen de afspraak die Thorbecke in 1863 wettelijk vast liet leggen: "Bij de bruggen en overtogten, dienende tot herstel van openbare gemeenschap, mag geen tolgeld van voetgangers, beesten, voer- en rijtuigen worden gevorderd."
Bij de overdracht van de ponten aan Connexion moest er ook een economisch voordeel voor het bedrijf aan zitten en zo werd de 19e eeuwse afspraak voor een deel uitgewist.
"Ik heb het idee dat de PvdA een beetje terug komt van de grote uitverkoop." Zeg ik optimistisch. "Alleen daarom al, is het al goed dat de SP bestaat." Zo eindigde mijn bijdrage aan deze kleine dialoog.
"Het zijn nog stuurlui op de wal. Even wachten tot ze aan het roer staan," reageerde hij sceptisch.

Hopelijk wint mijn optimische het van het door de wol geverfde scepsisme. Van mij mag de uitverkoop stoppen. Uiteindelijk gaan diensten meer kosten en worden ze minder efficient.

Overigens heb ik geen klachten over het kleine pontje bij Akersloot.

Geschreven: 11 september 2008 voor Volkskrantblog

zaterdag 29 januari 2011

Verderop is altijd een brug


Ja, ik wist het wel: de Jan Hop zou begin september stoppen met het overzetten van passagiers. Daar ligt hij aan de overkant. Op het bankje ernaast zitten twee fietsers, vermoedelijk ook gestuit door het kanaal. Het is te ver om een praatje te maken.

Uit het café, met de mooie gevelsteen, komt een meisje: “Dag mijnheer,” zegt ze vrolijk.

“Goedemorgen,” probeer ik even zonnig terug te zeggen. “Hoe kom ik van hier het makkelijkst in Schermerhorn?,” maak ik gelijk van de gelegenheid gebruik.

“Verderop is een brug,” is het even vriendelijke antwoord dat ze al honderd keer heeft gegeven aan andere fietsers. Dat realiseer ik me pas veel later.

Verderop is altijd een brug. Deze ligt 4 km noord-west. Ik moet noord-oost. Het pontje is veel mooier en ik vind het prettig om langs de prachtige ‘stadjes’ Graft en De Rijp te fietsen. Het is niet anders. Ik trap en zie nu nog wel het Alkmaardermeer: een grillig groot water. Het is moeilijk een plek in Noord-Holland te vinden die beter laat zien hoe de provincie er 400 jaar geleden uitzag.

De dienstregeling van de Jan Hop in Spijkerboor laat me weer botsen tegen het einde van de zomer. En weer verbaas ik me. De grijze horden op de fiets trekken zich niets aan van schoolvakanties, doordeweekse dagen en seizoenen; ze fietsen als het mooi weer is. Het hele jaar lang. Dat is plezierig en goed voor hun conditie en de diabetici en hartpatiënten onder hen komen zo aan hun lichaamsbeweging.

Een pont is niet alleen een halve barrière, die de snelheid uit je tocht haalt, maar ook een belevenis die het fietsen sjeu geeft. Geef toch een beetje subsidie, zodat de ponten kunnen blijven varen en Nederland gezond op de fiets, denk ik onderweg naar de brug over de N246.