Posts tonen met het label gedicht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedicht. Alle posts tonen

woensdag 21 augustus 2013

Ergens

Ergens fluit een vogel
iets verderop speelt een kind
en rijdt een auto.

Egens in mijn hoofd
zitten nog gedachten van waarde
of een lied, een gedicht.

Ergens ligt een agenda
met things to do en al gedaan
maar onvindbaar.

Ken je nog de Noorderlingen
met die schoonheid onder 't ijs?
Een vaag beeld.


Martin

dinsdag 9 april 2013

Gedichten

Voegen

Het huis waar ik woon:
aan alle kanten wordt gewerkt,
tegen de gevels voor en achter steigers,
de straat ligt open,
een boom is afgezaagd.

Het balkon wordt eerst glimmend
daarna grijs getjet
om betonrot te stoppen.
Mannen springen rond
daar waar normaal
alleen een plek zonder
toegang is.

De hobbelige weg
is ontdaan van keien.
Een graafmachine
piept als hij draait
en gromt als hij graaft;
de hele dag.
De stratenmaker zal nog
komen om in het zand
met kromme rug weer
stenen te leggen.

Mijn lijf kraakt. In de
voegen zit pijn. Een
pil stilt, maar stopt niet.

Tijd

Ik lees: de tijd die alles wat je lief-
hebt rooft en ooit vernielen zal.

Maar diezelfde tijd brengt mij
van de morgen met zijn ochtendpijn
naar de routine van de dag,
van de kwellingen van de avond
naar de slaap van de nacht
en uiteindelijk naar de rust
waarmee alle pijn vervliegt.

Het huis zal er nog staan.
De straat is een paar beurten verder.
De gekandelaberde boom
maakt ook dan nog ieder jaar
nieuwe blaadjes.

Martin Broek

Geciteerde tekst uit: 'Primarius,' opgenomen in de bundel 'Nieuws van Nergens,' Anna Enquest (Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 2010).

zaterdag 26 januari 2013

Gedichtendag 2013 bijdrage





trillend


voor het slapen de radio aan
geluid geordend in de tijd
de noten passen bij mijn denken
muziek van Nicholas Maw

overdag kwam de gore waarheid
uit de zijlijn van een oorlog op me af
wegkijken is de eerste reactie
als wandaden zo groot zijn
niet meer te bevatten
niet meer aan te zien

voor het slapen de oren open
en dan hoor ik die viool
die huppelt trillend door de nacht
klanken gemaakt door mensen


martin broek


Muziek Vioolconcert (1993) Nicholas Maw


donderdag 26 januari 2012

Gedichtendag 2012 bijdrage



De bedding

verplaatst zich in de tijd
door het meanderen, door
menselijk ingrijpen of
zware regenval

wat blijft is de loop van de stroom
van waar ze ontspringt tot
waar de zee haar opslokt

ze is voor de vaat
voor woeste wasvrouwen
voor spelende kinderen
voor vissende vaders
voor witte steenkool of
voor schippers, reders en duikers

en voor de mensen die zeggen
dat je moet genieten van de kleine dingen
de zonsondergang, de polder en rivier
zodat ze kunnen zien dat wat hen miniem lijkt
groter is dan zijzelf

toch als platen zich als schollen
tegen, over of onder elkaar duwen
maken rivieren plaats voor bergen en
verdwijnt een stroom

martin

vrijdag 8 juli 2011

Werk in uitvoering



De zee trekt ...

… ik hou van haar
zielsveel
zoveel kan ik van mezelf
niet houden

toch keer ik steeds terug
naar hen
waar ik nog meer van hou

Zandkastelen




vrijdag 13 mei 2011

twee kanten

Het raam

twee kanten heeft een raam
__ een zicht naar buiten, op het licht
__ een blik naar binnen, in 't donker
die tegenstelling dicht maar sluit niet

er zijn oneindig veel gezichten
__ een raam naar buiten ziet ook de regen
__ een raam naar binnen ziet soms de pret
of je ziet ... ik weet niet wat



het raam naar buiten is verstoft
__ door neerslag met, ja, met wat
__ soms is het er, zomaar, en opeens
__ alsof een IJslandse vulkaan uitbarstte
__ gevolg van 'n onafwendbaar proces
leek het schoon en dan is plots alles dof

als je dan naar binnen kijkt
(dat helpt, zegt men)
wordt het beeld mistiger
de zon maakt waziger
geen zeem met introspectie helpt










weg van het raam
met veel kracht
de ruimte in
naar de frisse wind
om steeds opnieuw
aan beide zijden
toch terug te keren
naar raam en ... stof


Zandkastelen


foto's: twee maal hetzelfde raam op landgoed Quadenoord, Renkum, 7 mei 2011.

zaterdag 2 april 2011

Als beelden*

Als beelden

In het gelid staan rijen beeldjes.
De moeders met het kind op schoot.
De vaders wat afstandelijk beschouwend.

Gegoten uit natuursteen
waarvan ik de naam niet ken.

Beelden van veel gezien leven.
Ze springen niet uit de band.
Staan op de tuinafdeling.
Allen identiek: Made in China.

Op een terras worden ze gezet,
in een vensterbank,
voor de trap,
naast het bankstel.
Uit de massa gehaald en meestal alleen.

Toch zijn ze niet uniek.
Onzichtbaar is dat geworden.
“Oh wat aardig,” hoor je iemand zeggen.
“Ja mooi een moeder met kind,” beaamt een ander.
Ze geven iets eigens aan hun omgeving.
Zoals wij.

De pret wordt half bedorven als iemand vraagt:
“Van de Hema, Praxis of de Gamma?”

Zandkastelen

Dit gedicht blijft werk in uitvoering. Veel positieve reacties heb ik er niet op gekregen. Eerder het tegenovergestelde. Zelf vind ik het mooi. Maar er kan vast nog wel gesleuteld worden aan helderheid en vorm. Dat zal ik doen. Voorlopig plak er een een plaatje bij van de beeldjes die me dit lieten schrijven. Als het af is haal ik hem weer weg, want het gaat niet om deze beelden, ze waren een deel van een idee. Andere beelden, bijvoorbeeld van voorspelbaar brons, hadden me hetzelfde kunnen laten schrijven.

donderdag 24 februari 2011

Op verzoek van mijn moeder






Veerkracht

Het gras wijst naar de lucht; rechtop blad bij blad.
In de ochtend lagen die bladeren nog plat
na de nacht waarin ze als slaapplaats dienden
voor koeien, kalveren, pinken en een stier.

Veerkracht is door de natuur gegeven;
door de evolutie bedacht.
Wat verloren lijkt, bloeit op.
Wat verdort schijnt, schiet wortel.

Zie je daar in een reageerbuis die twintig bonen bij elkaar?
Er is geen ruimte om te groeien, te kiemen en ontluiken.
Toch. De boon is sterker dan zijn gevang. Water en hij welt.
Hij maakt scheuten. En scherven van het glas.

Veerkracht is door de natuur gegeven;
in eiwitten opgeslagen.
Wat beknelt is, zoekt een weg naar buiten.
Wat het niet meer weet, wacht.

Als de regen plenst komt de longvis boven.
Als een plastic zak lag hij begraven
ingesponnen in een cocon van opgedroogd slijm.
wachtend op het water.

Veerkracht is door de natuur gegeven;
uit de wil tot verder leven.

Gedichtendag 2010 bijdraqge

Stalen vormen

“Kinderen aan de kant.”

Samen zijn we een duizendpoot.
De overzijde bedoeld voor hen,
met een eigen doel.
“Niets mee te maken, voort!”
Leer voortgaan, doorgaan
naar een bestemming, naar een doel.

Rust, pffoeh, kalmte,
kan niet meer.
Lig.
Zie een brug.

Andere doelen,
anders vormen.
Het is daar mooi.
Toch niet genoeg.

Wens naast de nieuwe wereld
de dicipline van de oude.
Een plank van ‘t ene naar ‘t andere;
ze verschuilt zich in deze zinnen.

Zandkastelen

Beweging


Met kracht klinkt de klap
van zolen,
die met vaste tred,
de klinkers raken.
Zon in de rug
naar een nieuwe dag
over nog natte sporen,
van de nacht.

Verderop zie ik anderen nog net gaan
Ze stappen, rijden, duwen.
Zon in de ogen.
Richting land dat vaag zichtbaar is.

Onzichtbaar zijn de mensen
die blijven waar ze zijn;
de fiets geparkeerd,
tegen gevel of paal,
tevredenheid is hun doel.

Ze zien vanuit hun stoel
duizend gezichten van de dag.
De zon, hij staat hoog,
of laag zoals vandaag.
Altijd anders,
altijd anders,
altijd.

Zandkastelen

Rozenbottel

getekend


Giftige slang

Delen

Amsterdam


vrijdag 28 januari 2011

bij een crematie

verdriet op de voorste rijen
Tempo-zakdoekjes deppen
tranen, ook in mijn ogen
ze prikken en zoeken zich een weg

de man die stierf hem kende ik
nauwelijks beter dan de velen
die dagelijks sterven

Waarom dan die waterlanders?

is verdriet besmettelijk
komt het door het plotselinge van de dood
een ongeluk, in coma, stekker eruit, punt

zijn het de doden van eerder waaraan ik denk
verbeeld ik me dat ik zelf stierf
of een goed contact

De druppels biggelen en een brok sluit mijn keel.

een dag later zit ik in de zon
kijk naar de zee
mensen die surfen, spelen en zwemmen
het verdriet voorbij

zo jong nog
Hij laat veel toekomst achter.


Zandkastelen

(tekst en beeld)

donderdag 27 januari 2011

Gedichtendag 2011 bijdrage



Verlichte weg


De maan trekt een streep. Ze ligt als een weg over de zee.
Met mijn voeten in het natte zand sta ik. En kijk.
De weg eindigt bij een vage scheiding; de rand van de wereld.

Volg daar de kromming. Ga de tocht mee met het water.
Raak buiten zicht. De weg gaat verder: tot aan land. Of
vervolg daar bij de einder de route vanuit een rechte koers.
Raak los. Zonder houvast. Niet wetende waar en of je landt.

Wandelen over water is ongemakkelijk,
maar vliegend door de ruimte gaan is koud en kil;
los van alles en iedereen.

Mijn hielen graven zich in het verlichte zand.
Mijn geest bedenkt de mogelijkheden die onmogelijk zijn.

Dan draai ik me om en geef me over aan de nacht.
Het golvende zilveren pad wacht.

martin broek