Posts tonen met het label lepelaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lepelaar. Alle posts tonen

dinsdag 2 juli 2013

Kruiden en mosselen




Geur


In de duinen van Bergen hangt de geur van look. Sterk. Niet veel later staat er een man met een eenstokszaagmaaier (hoe heet zo'n ding?) de berm te 'doen'. De sterke kruidige lucht die er vanaf komt is heerlijk. Zou die man daaruit voldoening scheppen of in het lèkker wegmaaien van wilde bloemen of van het keurige veldje dat onder zijn gemaai geboren wordt? Of is van voldoening helemaal geen sprake.

De duinen bij Den Helder ruiken weer zo sterk naar rozenbottels en duinroosjes als op mijn eerste fietstocht naar die stad in juni 2008. Op Texel ruik ik de mest die ik nog van vroeger – op 't dorp – ken. Het stinkt niet, maar ruikt naar het boerenbedrijf. Wat wel stonk was de Noordzee bij de Hondsbossche Zeewering. Het was alsof er vrachtwagens met mosselen in zee lagen te rotten. Volgens mij heeft het te maken met de aanleg van het nieuwe strand. Niet te harden (gelukkig was het op de terugweg weer over).

De foto'heb ik gemaakt op Texel (29/20 juni). Je kan ze aanklikken voor een grotere versie.



zondag 26 mei 2013

Passant




Klanken, kleuren en geuren

Het is niet voor mij. De lucht is vol van de geur van fluitenkruid en meidoorn bedoeld om vliegjes, bijen en hommels te trekken voor de bestuiving. Ik mag meegenieten. In de bomen en struiken hoor ik vogels zingen en kwetteren. Het is prachtig geluid met als betekenis: Hier ben ik hoe vind jij mij?; Kan jij a.u.b. optiefen?; en veel zachter: Wij willen eten! Macho gesnavel, maar het klinkt prachtig. En dat patroon op de hoed van de paddenstoel voor wie is dat bedoeld?

De foto's kan je aanklikken voor een grotere versie.

De plek komt voor op deze kaart.



zaterdag 3 september 2011

Dwaalplannen






















“Maak geen plannen en volg zeker niet klakkeloos die van anderen; de geschiedenis overvalt je toch wel, óf niet,” dat lijkt het motto van De Beren Los, het eerste boek van John Irving en de laatste roman die ik las. Mogelijk is dat boek de reden dat ik nu al twee keer op de bonnefooi op mijn fiets ben gestapt. Al paste dit soort gedrag ook al bij me voordat ik het boek las.

Vorige week vrijdag wist ik wel waar ik naartoe wilde gaan. Gisteren was dat pas na een kilometer of zeven. Ik zat toen al op de verkeerde route, maar dacht met behulp van de zon wel weer goed uit te komen. Maar tussen een mooi idee liggen sloten en plassen en andere bezwaren. Zeker als je de Purmer en Wormer moet passeren kan je niet op goed geluk rijden. Ringvaarten zonder bruggen dwingen je te kiezen tussen links en rechts, terwijl je volgens de zon bijvoorbeeld schuinrechts moet. En alsof dat nog niet genoeg is zijn er de sloten die je ook binnen de polders de 'pas' afsnijden. Een kaart met daarop water, pontjes en bruggen is dan een betere gids dan de zon.

Ook in het boek van Irving bleek het niet maken van plannen een moeilijke, om niet te zeggen onmogelijke, opgave. Het plannen zit in onze aard. Het is misschien minder romantisch dan het bandeloos volgen van de schoonheid van de zon, maar leidt wel ergens naartoe; niet altijd kan 'onderweg' de bestemming zijn. De zon bracht me wel op de mooiste plaatsen. Plekken die ik gemist zou hebben met een bekende route. Dwalen met een grof plan bevalt me wel, maar toen ik uiteindelijk weer op een bekende route kwam had ik zoveel tijd verloren dat het plan dat ik na zeven kilometer maakte in de soep was gelopen. Die bestemming was niet meer te halen.

Wat me vervolgens bezielde om impulsief via Enkhuizen naar het Noorden te rijden weet ik niet precies. Het stadje had wel een rol gespeeld in mijn zoektocht naar een bestemming. Nu reed ik een flink eind om, een blik op de kaart maakt meteen duidelijk dat dit bijna onvermijdelijk is als je via het VOC-bolwerk rijdt. Ook dit deel van de tocht bracht me wel op plaatsen waar ik nog niet eerder geweest was.

Ook bij fietsenmaker Bijl, waar ik vroeg of hij mijn vastgedraaide trapper wilde losdraaien als ik bij hem nieuwe kocht. Eerst kreeg ik te horen dat het nauwelijks mogelijk is trappers los te krijgen en vervolgens het advies hem eerst een nacht in de olie te zetten. Toen ik na deze opmerking wegging was hij erg verbaasd. Een fietsenmaker is geen diplomaat, maar dit was wel een grote knurft. Een stukje verderop in Onderdijk kreeg ik bij fietsenmakerij en -verhuur Lakkie een extra lange sleutel vijftien en draaide met veel moeite en kracht mijn kapotte rechter trapper eraf en zette er een nieuwe op. De linker - je koopt een paar - gaf ik aan de fietsenmaker.

Voor Harlingen zag ik de zon mooi ondergaan over het water. Op het wad liepen meer lepelaars dan ik ooit bij elkaar zag. Het was zo mooi en onbegrijpbaar groots dat het me ontroerde. Voldaan ging ik na mijn dwaaltocht met de trein naar huis.

zondag 30 januari 2011

Verwennerij: Amsterdam - Leeuwarden


Op de Afsluitdijk dacht ik: “Waarom doe ik dit eigenlijk, dat fietsen?” Naast me razen de auto’s en vrachtwagens voorbij; het is een tering herrie. Slechts drie maal zie je tijdens de 32 km de zee. Er liggen meer vogels langs de kant van de weg dan er vliegen.

De Afsluitdijk nog maar net verlaten, ga ik door een klaphekje (zo'n hekje dat schuin naar boven opengaat en als je het loslaat met een klap dichtvalt). Ik fiets de dijk over naar de kant van de Waddenzee. Daar blijf ik fietsen tot in Harlingen. Het is geen echt fietspad en soms loopt het zo schuin als een wielerbaan. Ik ben geen held vandaag en vind het soms eng.

Het water staat laag. De zon laat zijn waterige licht net door de wolken dringen; lichtspiegelingen komen van het natte zand en water.Ik zie strandlopers en andere waadvogels die ik niet herken. Een lepelaar loopt in een slenk met zijn kop heen en weer te zwaaien, snavel in het water.

Het is wonderschoon en rustig, zo bijna mystiek rustig. De auto’s van de Afsluitdijk verbleken. Andere momenten van de dag komen weer naar boven: de smienten in het Twiske en de kluten bij Hoorn; de traditionele kleuren van de huizen in de buurt van Opperdoes en Twisk; de kracht van het water dat de Lorenz sluizen verlaat; en de zon die net een beetje schijnt en mijn neus rood kleurt.



Enigszins verontwaardigd ben ik dat ik het mooiste van Nederland nodig heb om dit te beseffen. Ik fiets weer verder en kijk rond in Franeker, een mooi en zelfvoldaan stadje. Zie tussen daar en Leeuwarden de eerste lammeren lurken aan hun nog net niet versgeschoren moeders. De zon gaat onder voordat ik in Leewarden ben. Ik hoor de vogels in het donker roepen en fluiten.

De treinreis naar huis valt licht.

19 maart 2010