Posts tonen met het label waddenzee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label waddenzee. Alle posts tonen

zaterdag 22 februari 2014

Prachtige



Ervaringen

Op het stuk Afsluitdijk-Harlingen zag ik wulpen, scholeksters, plevieren, reigers en meeuwen. Een gemiddelde vogelaar zal er geen woord aan wijden; alledaagse vogels. Er was ook een prachtig wegzakkende zon op de kim. Een mystieke sfeer door het grootse van het gewone, van het dagelijkse.

Buiten Franeker rijd ik na een patatje opeens in het pikdonker. Uit een ooghoek zie ik lichtjes boven me. Het is de zee van sterren die ik in Amsterdam nooit zie en waar ik nu heel even aan moet wennen.

Twee natuurervaringen die tot de grootste horen die er in Nederland zijn.

Er zijn vandaag twee stukjes. De valkuil van 'zomaar' bedacht ik op de fiets . Prachtige ervaringen waren er zomaar en wilden ook beschreven worden.




zaterdag 3 september 2011

Dwaalplannen






















“Maak geen plannen en volg zeker niet klakkeloos die van anderen; de geschiedenis overvalt je toch wel, óf niet,” dat lijkt het motto van De Beren Los, het eerste boek van John Irving en de laatste roman die ik las. Mogelijk is dat boek de reden dat ik nu al twee keer op de bonnefooi op mijn fiets ben gestapt. Al paste dit soort gedrag ook al bij me voordat ik het boek las.

Vorige week vrijdag wist ik wel waar ik naartoe wilde gaan. Gisteren was dat pas na een kilometer of zeven. Ik zat toen al op de verkeerde route, maar dacht met behulp van de zon wel weer goed uit te komen. Maar tussen een mooi idee liggen sloten en plassen en andere bezwaren. Zeker als je de Purmer en Wormer moet passeren kan je niet op goed geluk rijden. Ringvaarten zonder bruggen dwingen je te kiezen tussen links en rechts, terwijl je volgens de zon bijvoorbeeld schuinrechts moet. En alsof dat nog niet genoeg is zijn er de sloten die je ook binnen de polders de 'pas' afsnijden. Een kaart met daarop water, pontjes en bruggen is dan een betere gids dan de zon.

Ook in het boek van Irving bleek het niet maken van plannen een moeilijke, om niet te zeggen onmogelijke, opgave. Het plannen zit in onze aard. Het is misschien minder romantisch dan het bandeloos volgen van de schoonheid van de zon, maar leidt wel ergens naartoe; niet altijd kan 'onderweg' de bestemming zijn. De zon bracht me wel op de mooiste plaatsen. Plekken die ik gemist zou hebben met een bekende route. Dwalen met een grof plan bevalt me wel, maar toen ik uiteindelijk weer op een bekende route kwam had ik zoveel tijd verloren dat het plan dat ik na zeven kilometer maakte in de soep was gelopen. Die bestemming was niet meer te halen.

Wat me vervolgens bezielde om impulsief via Enkhuizen naar het Noorden te rijden weet ik niet precies. Het stadje had wel een rol gespeeld in mijn zoektocht naar een bestemming. Nu reed ik een flink eind om, een blik op de kaart maakt meteen duidelijk dat dit bijna onvermijdelijk is als je via het VOC-bolwerk rijdt. Ook dit deel van de tocht bracht me wel op plaatsen waar ik nog niet eerder geweest was.

Ook bij fietsenmaker Bijl, waar ik vroeg of hij mijn vastgedraaide trapper wilde losdraaien als ik bij hem nieuwe kocht. Eerst kreeg ik te horen dat het nauwelijks mogelijk is trappers los te krijgen en vervolgens het advies hem eerst een nacht in de olie te zetten. Toen ik na deze opmerking wegging was hij erg verbaasd. Een fietsenmaker is geen diplomaat, maar dit was wel een grote knurft. Een stukje verderop in Onderdijk kreeg ik bij fietsenmakerij en -verhuur Lakkie een extra lange sleutel vijftien en draaide met veel moeite en kracht mijn kapotte rechter trapper eraf en zette er een nieuwe op. De linker - je koopt een paar - gaf ik aan de fietsenmaker.

Voor Harlingen zag ik de zon mooi ondergaan over het water. Op het wad liepen meer lepelaars dan ik ooit bij elkaar zag. Het was zo mooi en onbegrijpbaar groots dat het me ontroerde. Voldaan ging ik na mijn dwaaltocht met de trein naar huis.

donderdag 31 maart 2011

't Wad en de dijk

De eerste lepelaar van dit jaar zie ik in een sloot niet ver van Anna Pauwlona. Later op de dag zal ik er bij de Waddendijk nog een zien. Hij zwaait met zijn snavel.

De wijdsheid van het landschap in Noord-Holland laat me voelen dat ik wil werken. Lekker makkelijk gedacht; ik zit in het zadel en heb nog een flink stuk voor de wielen. Omkeren doe ik niet. De zon schijnt.

Langzaam aan krijg ik wat meer inzicht in de grote lijnen van mijn leven. Dat is prettig want als een los element rondzweven is onplezierig. De stilte en ruimte geven de rust die ik nodig heb om een stap verder in mijn denken te zetten. Er blijft voorlopig nog genoeg om op te ruimen.

Noordoostelijk van het Amstelmeer gaat het landschap glooien. Je rijdt na De Haukes een andere wereld in. Een wereld die al bestond voor de drooglegging van de Wieringermeer. Opeens ben je van betrekkelijk nieuw in oud landschap; op een 150.000 jaar oude stuwwal. Er is De Hoelm, waar een begraven vikingschat is gevonden. Er zijn oude boerderijen en dijken. Het dorp Hyppolytushoef wordt al genoemd in de 14e eeuw. Hier ben ik nog nooit geweest. Ik blijk een route uitgezet te hebben die grotendeels overeenkomt met de LF-10a.

De bomen zijn nog kaal. Dat vind ik niet erg; uitgekeken ben ik nog niet op de kale takken. Vooral als ze afsteken tegen een hel blauwe hemel kan ik er van genieten. Het is fijn dat de lente er aan komt, maar ik smacht er niet naar, zoals vorige jaren.

Als ik zo'n twintig kilometer over de afsluitdijk heb gefietst ga ik over de dijk om naar de Waddenzee te kijken. De auto's en dode vogels worden me even teveel. Bovendien moet ik eten en drinken. De tocht ging minder snel dan ik gepland had. De stop komt daarom niet op het stuk tussen Zürich en Harlingen, langs de buitendijk. Als ik daar later aankom probeer ik te zien of het eb of vloed is. Ik hoop op eb want dat maakt van de Waddenzee een echte Waddenzee. En ik krijg mijn zin. Niet dat ik anders niet had genoten.

Voor mijn gevoel ga ik kris-kras door Harlingen. Opeens ben ik dan weer bij de dijk en ga langs een gasbehandelingsstation. Nog uren zal ik langs de dijk fietsen, vooral aan zeezijde, maar bij stilte gebieden aan de landzijde. Op een stuk buitendijkse gronden zitten duizenden canadese ganzen. Enorme vluchten verplaatsen zich langs de waterrand naar een ander stuk grond. Als grote wolken komen ze langs vliegen met hun prachtige zwart-witte vlucht. Het juiste woord: magnifiek of indrukwekkend? Ik kan niet kiezen en houd het op beide.

Alleen de laatste dertig kilometer vanaf Wierum - met zijn mooie kerkje - naar Buitenpost fiets ik landinwaarts. Ook dan is de dijk als groene streep nog lang in de verte te zien. De zon gaat met flarden wolken ervoor onder vlak voor ik bij het station ben. Nog voor het donker kom ik aan.

foto's gemaakt op 29 maart 2011


zondag 30 januari 2011

Verwennerij: Amsterdam - Leeuwarden


Op de Afsluitdijk dacht ik: “Waarom doe ik dit eigenlijk, dat fietsen?” Naast me razen de auto’s en vrachtwagens voorbij; het is een tering herrie. Slechts drie maal zie je tijdens de 32 km de zee. Er liggen meer vogels langs de kant van de weg dan er vliegen.

De Afsluitdijk nog maar net verlaten, ga ik door een klaphekje (zo'n hekje dat schuin naar boven opengaat en als je het loslaat met een klap dichtvalt). Ik fiets de dijk over naar de kant van de Waddenzee. Daar blijf ik fietsen tot in Harlingen. Het is geen echt fietspad en soms loopt het zo schuin als een wielerbaan. Ik ben geen held vandaag en vind het soms eng.

Het water staat laag. De zon laat zijn waterige licht net door de wolken dringen; lichtspiegelingen komen van het natte zand en water.Ik zie strandlopers en andere waadvogels die ik niet herken. Een lepelaar loopt in een slenk met zijn kop heen en weer te zwaaien, snavel in het water.

Het is wonderschoon en rustig, zo bijna mystiek rustig. De auto’s van de Afsluitdijk verbleken. Andere momenten van de dag komen weer naar boven: de smienten in het Twiske en de kluten bij Hoorn; de traditionele kleuren van de huizen in de buurt van Opperdoes en Twisk; de kracht van het water dat de Lorenz sluizen verlaat; en de zon die net een beetje schijnt en mijn neus rood kleurt.



Enigszins verontwaardigd ben ik dat ik het mooiste van Nederland nodig heb om dit te beseffen. Ik fiets weer verder en kijk rond in Franeker, een mooi en zelfvoldaan stadje. Zie tussen daar en Leeuwarden de eerste lammeren lurken aan hun nog net niet versgeschoren moeders. De zon gaat onder voordat ik in Leewarden ben. Ik hoor de vogels in het donker roepen en fluiten.

De treinreis naar huis valt licht.

19 maart 2010