Posts tonen met het label john irving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label john irving. Alle posts tonen

zondag 23 september 2012

Lezen op vakantie

Vier boeken las ik tijdens mijn vakantie in Portugal. Het begon met een verhalenbundel van Ben Okri, De rood bestoven stad. Het is een somber boek over de ontwrichting van mensenlevens in tijden van oorlog en economische chaos. Het wordt verteld in de mooie taal die ik van Okri ken.

Daarna las ik een heel ander boek: The Curious Incident of the Dog in the Night-Time, geschreven door Mark Haddon over een jongen met een zware vorm van asperger (een zogenaamde autisme spectrum stoornis). Het laat de jongen, maar ook de radeloosheid van zijn, inmiddels gescheiden, ouders zien.

Vervolgens door naar In one person van John Irving. Vaak lees ik in de vakantie een boek van hem. Dit keer over vijftig jaar Amerikaanse geschiedenis rond een bi-sexuele jongen en man. De AIDS-epidemie van de jaren tachtig wordt indringend beschreven, maar het is ook een boek dat de taboes rond seksuele diversiteit te lijf gaat. Het was deze vakantie het derde boek met een boodschap.

Mijn vierde boek was The Valley's edge van Daniel R. Green. Green is een Amerikaan die als politiek medewerker van een Provinciaal Reconstructie Team (PRT) naar Uruzgan ging en later verbonden aan de Amerikaanse ambassade in Kabul en daar onderdeel van een team dat een overall strategie (ontwikkeling, diplomatie en militair) probeerde te ontwikkelen voor operaties in Afghanistan. Met passie beschrijft Green o.a. het belang van kennis over lokale structuren, etnische groepen, personen en historische en culturele achtergronden daarvan.

Alle vier de boeken heb ik met plezier gelezen. Alle vier zijn ze geschreven omdat de schrijver iets aan wil kaarten en eveneens zijn ze allen graag (tenminste zo lijkt het) en vaardig geschreven. Okri, Haddon, Irving en Green het zijn werelden apart, maar de passie is wat ze bindt.

(Nu drie weken thuis moet ik mijn eerste boek nog uitlezen.)

zaterdag 3 september 2011

Dwaalplannen






















“Maak geen plannen en volg zeker niet klakkeloos die van anderen; de geschiedenis overvalt je toch wel, óf niet,” dat lijkt het motto van De Beren Los, het eerste boek van John Irving en de laatste roman die ik las. Mogelijk is dat boek de reden dat ik nu al twee keer op de bonnefooi op mijn fiets ben gestapt. Al paste dit soort gedrag ook al bij me voordat ik het boek las.

Vorige week vrijdag wist ik wel waar ik naartoe wilde gaan. Gisteren was dat pas na een kilometer of zeven. Ik zat toen al op de verkeerde route, maar dacht met behulp van de zon wel weer goed uit te komen. Maar tussen een mooi idee liggen sloten en plassen en andere bezwaren. Zeker als je de Purmer en Wormer moet passeren kan je niet op goed geluk rijden. Ringvaarten zonder bruggen dwingen je te kiezen tussen links en rechts, terwijl je volgens de zon bijvoorbeeld schuinrechts moet. En alsof dat nog niet genoeg is zijn er de sloten die je ook binnen de polders de 'pas' afsnijden. Een kaart met daarop water, pontjes en bruggen is dan een betere gids dan de zon.

Ook in het boek van Irving bleek het niet maken van plannen een moeilijke, om niet te zeggen onmogelijke, opgave. Het plannen zit in onze aard. Het is misschien minder romantisch dan het bandeloos volgen van de schoonheid van de zon, maar leidt wel ergens naartoe; niet altijd kan 'onderweg' de bestemming zijn. De zon bracht me wel op de mooiste plaatsen. Plekken die ik gemist zou hebben met een bekende route. Dwalen met een grof plan bevalt me wel, maar toen ik uiteindelijk weer op een bekende route kwam had ik zoveel tijd verloren dat het plan dat ik na zeven kilometer maakte in de soep was gelopen. Die bestemming was niet meer te halen.

Wat me vervolgens bezielde om impulsief via Enkhuizen naar het Noorden te rijden weet ik niet precies. Het stadje had wel een rol gespeeld in mijn zoektocht naar een bestemming. Nu reed ik een flink eind om, een blik op de kaart maakt meteen duidelijk dat dit bijna onvermijdelijk is als je via het VOC-bolwerk rijdt. Ook dit deel van de tocht bracht me wel op plaatsen waar ik nog niet eerder geweest was.

Ook bij fietsenmaker Bijl, waar ik vroeg of hij mijn vastgedraaide trapper wilde losdraaien als ik bij hem nieuwe kocht. Eerst kreeg ik te horen dat het nauwelijks mogelijk is trappers los te krijgen en vervolgens het advies hem eerst een nacht in de olie te zetten. Toen ik na deze opmerking wegging was hij erg verbaasd. Een fietsenmaker is geen diplomaat, maar dit was wel een grote knurft. Een stukje verderop in Onderdijk kreeg ik bij fietsenmakerij en -verhuur Lakkie een extra lange sleutel vijftien en draaide met veel moeite en kracht mijn kapotte rechter trapper eraf en zette er een nieuwe op. De linker - je koopt een paar - gaf ik aan de fietsenmaker.

Voor Harlingen zag ik de zon mooi ondergaan over het water. Op het wad liepen meer lepelaars dan ik ooit bij elkaar zag. Het was zo mooi en onbegrijpbaar groots dat het me ontroerde. Voldaan ging ik na mijn dwaaltocht met de trein naar huis.