Posts tonen met het label harlingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label harlingen. Alle posts tonen

zaterdag 28 april 2012

Kunst







Waddenzeestrand


Na mijn vaste fietsdag lees ik in de trein terug naar huis de Flair, het kerstnummer: veel scheidingsperikelen en relatiegezever.

Hoe serieus is het advies aan een vrouw om af en toe alleen met een keukenschort om te gaan koken om haar man – die van gewoon houdt – te verleiden tot meer dan een knuffel. Voor wie zal het blad zijn vraag ik me af. Ik schat voor vrouwen van tussen de 22 en 37 jaar. Bijna goed. Het is 25-45 jaar. Eén van die vrouwen kakelt live een uur lang haar kleine leventje in mijn nek. Dan besluit ik te verkassen. Een trein verder gooit een zieke vrouw haar maaginhoud naar buiten, wel keurig op een Spits! - geschikter voor het doel dan een Flair -, zodat het snel is opgeruimd.

Er is heel veel en tegelijk misschien ook niet zoveel te schrijven. Er zijn mooie en lelijke dingen te zien, maar iedereen die oplet zal ze ooit zien of niet (maar is dat erg).

Voor nu maar één ding. Ik kwam de Sneekse kunstenaar Dirk Hakze tegen op het strand. In een kort gesprek kwam binnen de kortste keren voorbij: de dreigende regen, concentratie gebrek op de lagere school, sporten, aliementatie, ex-vrouw, zoon op kunstacademie, parkeren in Amsterdam-Noord, Alexander Pechtold, de 3%-norm (hij was voor), joodse moeder, geldgebrek, alle mensen kijken anders (letterlijk en figuurlijk), pers die zichzelf niet controleert en nog wat dingen.

De onderwerpen die ik inbracht en de opmerkingen over de installatie op het strand bij Harlingen (naast strandpaviljoen 't Zilt) zijn nog niet eens genoemd. Over de symfonieën van Mahler als inspiratie - hij wil ze alle negen omzetten in werk - voor zijn vrolijk gekleurde schilderijen had ik het best nog willen hebben, maar ik kreeg het koud en fietste verder. Over het werk zie: www.dirkhakze.com

Je kan de foto's in dit blog aanklikken voor een grotere versie.




zaterdag 3 september 2011

Dwaalplannen






















“Maak geen plannen en volg zeker niet klakkeloos die van anderen; de geschiedenis overvalt je toch wel, óf niet,” dat lijkt het motto van De Beren Los, het eerste boek van John Irving en de laatste roman die ik las. Mogelijk is dat boek de reden dat ik nu al twee keer op de bonnefooi op mijn fiets ben gestapt. Al paste dit soort gedrag ook al bij me voordat ik het boek las.

Vorige week vrijdag wist ik wel waar ik naartoe wilde gaan. Gisteren was dat pas na een kilometer of zeven. Ik zat toen al op de verkeerde route, maar dacht met behulp van de zon wel weer goed uit te komen. Maar tussen een mooi idee liggen sloten en plassen en andere bezwaren. Zeker als je de Purmer en Wormer moet passeren kan je niet op goed geluk rijden. Ringvaarten zonder bruggen dwingen je te kiezen tussen links en rechts, terwijl je volgens de zon bijvoorbeeld schuinrechts moet. En alsof dat nog niet genoeg is zijn er de sloten die je ook binnen de polders de 'pas' afsnijden. Een kaart met daarop water, pontjes en bruggen is dan een betere gids dan de zon.

Ook in het boek van Irving bleek het niet maken van plannen een moeilijke, om niet te zeggen onmogelijke, opgave. Het plannen zit in onze aard. Het is misschien minder romantisch dan het bandeloos volgen van de schoonheid van de zon, maar leidt wel ergens naartoe; niet altijd kan 'onderweg' de bestemming zijn. De zon bracht me wel op de mooiste plaatsen. Plekken die ik gemist zou hebben met een bekende route. Dwalen met een grof plan bevalt me wel, maar toen ik uiteindelijk weer op een bekende route kwam had ik zoveel tijd verloren dat het plan dat ik na zeven kilometer maakte in de soep was gelopen. Die bestemming was niet meer te halen.

Wat me vervolgens bezielde om impulsief via Enkhuizen naar het Noorden te rijden weet ik niet precies. Het stadje had wel een rol gespeeld in mijn zoektocht naar een bestemming. Nu reed ik een flink eind om, een blik op de kaart maakt meteen duidelijk dat dit bijna onvermijdelijk is als je via het VOC-bolwerk rijdt. Ook dit deel van de tocht bracht me wel op plaatsen waar ik nog niet eerder geweest was.

Ook bij fietsenmaker Bijl, waar ik vroeg of hij mijn vastgedraaide trapper wilde losdraaien als ik bij hem nieuwe kocht. Eerst kreeg ik te horen dat het nauwelijks mogelijk is trappers los te krijgen en vervolgens het advies hem eerst een nacht in de olie te zetten. Toen ik na deze opmerking wegging was hij erg verbaasd. Een fietsenmaker is geen diplomaat, maar dit was wel een grote knurft. Een stukje verderop in Onderdijk kreeg ik bij fietsenmakerij en -verhuur Lakkie een extra lange sleutel vijftien en draaide met veel moeite en kracht mijn kapotte rechter trapper eraf en zette er een nieuwe op. De linker - je koopt een paar - gaf ik aan de fietsenmaker.

Voor Harlingen zag ik de zon mooi ondergaan over het water. Op het wad liepen meer lepelaars dan ik ooit bij elkaar zag. Het was zo mooi en onbegrijpbaar groots dat het me ontroerde. Voldaan ging ik na mijn dwaaltocht met de trein naar huis.

woensdag 22 juni 2011

Fotofietsblog


overweldigend / het is de grote schoonheid / die mij eenzaam maakt
Een paar jaar eerder dacht ik aan de overkant en rechts van de foto juist:
een blik op het wad / nergens word ik kleiner van / deel van een geheel


Bakker Raat – sinds 1846 – in Hoorn is gevestigd in een historisch pand. Brood en banket staat er op de ruit. Voor het banket ging ik naar binnen. De keus was beperkt. Het werd een gevulde koek; lekker, maar niet speciaal. De echte bakker Raat zit dan ook in Medemblik.


Medemblik daar reed ik ook door. Bakkerij Raat viel me niet op, wel kasteel Radboud. Dat is een burcht uit de 13e eeuw om de Westfriezen in bedwang te houden. Ik wist niet dat het kasteel bestond. Goed om af en toe eens anders te rijden. Dan zie je meer.


Dat deed ik ook in Zurich. Normaal draai ik er gelijk de buitendijk op. Nu zocht ik een fietsenmaker. Bandenplakspullen, altijd heb ik ze bij me maar nu net niet. “Ga ma maar naar het hotel,” zegt de vrouw waaraan ik vraag of ze een fietsenmaker weet. “Daar hebben ze dat wel,” voegt ze er aan toe. En inderdaad in Hotel De Steenen Man neem ik een biertje en krijg, heel vriendelijk, een doosje vol bandenlichters, plakkers, lijm en een pomp. De band was echter niet meer te maken. Op een platte band ga ik over de buitendijk naar Harlingen om de trein naar huis te nemen. Vanaf die dijk zie ik nog wel zeven lepelaars. Dat is mooi meegenomen.