Posts tonen met het label nivon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nivon. Alle posts tonen

donderdag 16 mei 2013

Alles




op de fiets

Alles op de fiets dit weekeinde. Naar de Hallse Hull een Nivon camping bij Hall/Eerbeek. Op de terugweg ga ik langs de verdwenen Wildwal, Wochte en Meute tussen Loenen en Beekbergen. Het waren drie LCGJ-kampen op hetzelfde terrein, waar ik op mijn 12e, 13e en 14e heenging. Nu is het terrein voor familievermaak zonder kraak-noch-smaak.

Van gereformeerd naar sociaal democratie. Is dat mijn leven? Of vind ik nog steeds dat er meer moet zijn dan een stem geven aan de werkende (inclusief vrouwen, werklozen, zieken, minder bedeelden)? Zouden ze ook meer directe macht moeten hebben? Durf ik nog te dromen en is er nog verbeelding?

De foto's kan je aanklikken voor een grotere versie.




zaterdag 27 oktober 2012

Wonderlijke tocht







Herfstgekleurd

In de verte zie ik vissers de fuikenlichten. Zojuist ben ik vertrokken vanaf station Lelystad in de richting van Het Hunehuis van de Nivon op de heide bij Darp. Eerst in de trappers, want de wind waait me recht in het gezicht. Als de afstand groter is dan geschat; ik een lekke band krijg; en op het laatst verkeerd rij, dan kom ik veel later aan dan bedacht. Daar wachten Wendela en de jongens op me. Het huis is mooi en rustig, de kamer ruim, de keuken bijna professioneel. Het huis staat vrijwel leeg en dat in de herfstvakantie en op die plek.

Het driedaags uitje is een cadeau, omdat ik vijftig ben geworden. De plek is gekozen, omdat ik ooit heb gezegd dat ik daar wel heen wilde met het hele gezin. De wonderlijke ervaring om vanuit thuis langs twee enorme hunnenbedden te rijden na een tocht door de polders, over het verrassende Kadoelen, door de Weeribben of Wieden, langs veldwegen en dan tenslotte de heide op, dat is zoveel Nederlandse pracht-en-praal in één fietstochtje dat het overweldigt. Daarom ook ging ik trappen; die ervaring is deel van de pret.

De volgende dag rijden we met zijn allen vijftig kilometer door een herfstgekleurd landschap: langs venen, door bossen en kleinschalige landbouw. Het mooiste? Volgens de één de lama's en de ander noemt het dikke zwarte varken in een wei. Een enkele keer stop ik voor een foto van een ven. Ik fiets door als ik een militair zie met een Raven-drone. Vroeger kwam ik hier als antimilitarist en zou ik dat buitenkansje voor een mooi plaatje niet hebben laten schieten. Nu laat ik het. De moed opgegeven? Misschien of niet, maar van te voren had ik me voorgenomen simpelweg te genieten. Dat lukt heel aardig.

Je kan de foto's in dit blog aanklikken voor een grotere versie.



zondag 3 juli 2011

Ouderwets genieten










De afgelopen tien dagen sliep ik vier keer in een tent(je). Met vriendin en kinderen ging ik twee dagen kamperen op de Hallse Hull. We doen dat al jaren ergens in mei of juni om de verjaardagen van de neefjes te vieren. Ook daarvoor kwam ik er al en ik ben aan de plek gehecht geraakt. De camping heeft een groot veld omringd door eiken, met een kapschuur waar je bij regen droog kan zitten of tafeltenissen en waarin meestal een uil nestelt in de kast in de nok. Het is van een aangenaam soort ouderwetse schoonheid. Toch kan je er zelfs als je je adapter vergeten bent je telefoon opladen (want er hangt een hele tris met verschillende plugjes klaar) of je maaltijd voor 50 ct in de magnetron schuiven.

Een week later vertrok ik op de fiets naar De Meenthe bij Noordwolde. Ook de Meenthe is net als de Hallse Hull een camping van de Nivon. Een fikse Noordwester maakt een stevige tocht van de reis naar Friesland. Onderweg zie ik naast de Oostvaardersplassen een dode vos aan de kant van de weg liggen. Onder luid protest van toeterende auto's maak ik een foto van het dier. Mijn compactcamera stelt niet meer scherp na een val van mijn bureau. Dat weet ik dan nog niet, omdat ik vrijwel altijd de zoeker gebruik. Na Urk rij ik tussen eindeloze akkers door met in bloei staande aardappels, geurende kool, (inderdaad) wuivende halmen en groen bietenloof. Eindeloos, tot Kuinre, het landschap van mijn jeugd in Dinteloord en Prinsenland, maar dan nog uitgestrekter en zonder dijken.

De Meenthe ligt aan het eind van een pad vol gaten. In het donker – en dat hartje zomer – kom ik aan. Door een vriendelijke vrouw wordt ik naar het trekkersveld gebracht. Het is pikdonker op de camping. Onderweg laat ze me de voorzieningen zien; koelkast, ruimte voor slecht weer, douches en toiletten. Die toiletgebouwen ademen een tijd van voordat ik geboren was. Dat is geen diskwalificatie maar juist stijlvol. Achter de deuren zijn ze modern. Een camping zonder overbodige franje, maar wel met alles wat je nodig hebt. Dat is niet zoveel. Je moet je eigen vermaak maken, het woord zegt het al (of je X-box meenemen). Mijn vermaak, de compactcamera, moet hersteld worden of vervangen; ik kan na een half jaar niet meer zonder.

Nog een klein stukje verder moet ik de volgende dag: naar Dwingeloo. Als jongen van een een jaar of vijftien á zestien ben ik er op kamp geweest met het Landelijk Christelijk Gereformeerd Jeugdwerk (LCGJ). Er was een groep uit Usquert, een andere groep uit Gaasterland en een groepje de rest, waar ik bij hoorde. Het kampgebouw De Marke ligt er nog steeds; midden in de bossen bij het Dwingelderveld. Als ik het pad op fiets waaraan het ligt, rijdt een stoet auto's de zandweg op. Ze gaan ook naar De Marke. Mensen op het terrein zijn druk. Ik schiet wat plaatjes. Het dagverblijf is gemoderniseerd. Er ligt nog een gebouw naast dat ik me niet kan herinneren. Maar sowieso komt er niet veel bij me boven: de kampband VLA, het kersenpitten spuwen, de lange tafels, dat ik een meisje afwees, omdat ik niet wist wat ik er mee moest. Een paar nieuwe herinneringen komen erbij. Er staan nu bijna geen fietsen, maar vooral veel auto's. Overal is meer.

Op naar de volgende plek. Het hoofddoel van deze reis. Onderweg pluk ik bloemen. Dat deed ik als kind al graag. Dat is nu nog steeds zo. Door het zoeken naar diverse soorten let ik goed op de berm. Afgestapt om een bloem af te snijden zie ik de vlinders en zweefvliegen die er fladderen, helikopteren of landen. De bloemen zijn voor Barbara die een tentoonstelling heeft in een tot galery omgedoopte paardenstal. In de tuin om de stal staan beelden, bomen, bloemen, een pipowagen, kunstwerken en rariteiten. In die tuin zet ik ook mijn tentje op. Tentoonstelling met kampeerplek, waar heb je dat? 's Avonds een vuurtje, wijn, aangenaam gezelschap, uitzicht op een glooiend natuurgebied aan de ene en een zeer kleurrijke zonsondergang aan de andere kant. Het was er prettig.

De volgende dag rijd ik met een omweg naar Beilen om de trein naar Amsterdam te nemen. Ik voel me een beetje als vroeger na een kamp. Moe en vol indrukken. Nieuwe indrukken. O ja de schilderijen: de mens anders en bijna tijdloos. Dit is ook franje, maar wel van een soort die de mens op de hak neemt en bevraagt. Zelfs zichzelf kijkt ze aan met een blik die ruimte zoekt en vragen stelt. Of is het gelatenheid? In een museum zou ik ervoor stil blijven staan.

Geluid van de zee


Vandaag heb ik in Groningen vergaderd. Nu zit ik in Lettelbert op een Nivon-camping. “Wat u hoort is het geluid van de zee,” zegt Kift zanger Ferry Heyne in het nummer ‘de eeuwige bewonderaar.’ Je hoort op de achtergrond duidelijk de auto’s razen over het circuit van Zandvoort. Die zee hoor je hier ook. Zelfs na acht uur op een door de weekse avond. De wind komt met flinke kracht uit het noorden waar ook de weg ligt.

De zon schijnt en de wolken trekken over het Groningse gras, de koeien en het riet van het Leekstermeer. ’s Avonds staat er een zee aan sterren zichtbaar aan de hemel. Het zou prachtig kunnen zijn.

De Nivon heeft campings op negen mooie plekjes. Dit is de eerste waarvan ik denk: waar ben ik beland? Op camping de Hondenhoek dus. Ik ken ze niet allemaal, maar in Vlaardingen (inmiddels helaas opgedoekt) en Wijk aan Zee heb ik minder last van de industrie dan hier van de auto’s.

Mogelijk in de zomer, als de westenwind de herrie meeneemt naar een andere plek is het er goed toeven. Je huurt voor € 10 een hele dag een tweepersoons kano of voor € 7 een kajak. Als het warm is en het kampvuur brand, fles wijn erbij en een gesprek, dan neem je de A7 mogelijk op de koop toe.

Het welkom is ook al bijzonder. Een man komt aanlopen: “Ik ben de beheerder.” Ik zie dat onmidddellijk aan zijn houding. “Ik ben hier toevallig (…) U bent zeker geen lid?” Triomfantelijk trek ik mijn lidmaatschapskaart waarop prominent het woord 'voorwaarts' staat. Duidelijk dat hij er niet voor mij is, maar zijn moppertoontje is onnodig. Hij is er voor het bespreken van een reparatie, blijkt als de klusjesman arriveert.

Ik ga vroeg naar bed en hoop dat ik doorslaap. Het is inmiddels pikdonker - op de camping waar ik de enige gast ben - en het gaat maar door: vrachtwagens en personenvervoer ze maken een razend, snerpend en donker brommend geluid dat wordt bedekt door iets dat zou kunnen lijken op het geluid van de branding, maar toch heel anders is. In de ochtend zouden storm en regen het geluid van de weg overstemmen.

16 oktober 2009