Posts tonen met het label verhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verhaal. Alle posts tonen

zaterdag 24 mei 2014

'Roman 11-149': Verloren tango



De hak van de schoen steekt stevig in het vochtige zand. Het is alsof hij daar met opzet zo is neergezet. Aan het strand liggen doorgaans zware handschoenen van vissers en offshorewerkers. Met enig geluk vind je een schoen met stalen neuzen en besmeurd met verfspatten. Voor hoog gehakte schoenen bedoeld voor jive en fandango moet je er niet zijn.

Mijn gedachten dwalen naar zee en de zeelieden. Het is het mijmeren van een zeeman aan de kustlijn. De vrouw die komt aanhinken is, om het oneerbiedig te zeggen, maar wel duidelijk, ronduit een stuk! Ze zegt: “Wilt u mijn Prins zijn dan ben ik uw Assepoester?”

Ik kijk haar verbaast aan en beslis in een ogenblik – en weet niet waarom - dat ik mijn eigen huishouden blijf doen. Als ik door het rulle zand, het strand verlaat, weet ik, dat ik een mooie tango heb laten staan.

Martin Broek
Uitgezonden 24 mei 2014 (57:14), Radio1, de Taalstaat

dinsdag 3 september 2013

Vakantieverhaal

Mijn favoriete vakantiefoto van dit jaar. Hij stond al op Al weer een foto. 



Meer is minder

Ik ben vertrokken. De neus naar het zuiden en maar stappen. Van Amsterdam naar Zandvoort en sindsdien de kustlijn volgend. Al weken loop ik. Steeds minder bagage om mee te dragen. Wat kleren, een schrift en een pen, maar vooral sandalen. Meer heb ik niet nodig. De zilte lucht wisselt met die van havens en vis. Bij eb ruikt de zee naar wier, krabbetjes en schelpdieren die penetrant dood in de lucht hangen. Er zijn de meeuwen met hun gekrijs, de sterns met hun korte kreet en de zon op mijn hoofd. 

Nog even en ik bereik Étretat; een stadje aan de Normandische kust. Bekend vanwege de mooie formaties van de krijtrotsen. Al dagenlang zie ik er ansichtkaarten van in de stalletjes langs het strand. Het ligt op de route. “Niet de moeite waard; erg toeristisch,” is me verteld. Ach het zal wel meevallen. Langs het lelijke kijken heb ik wel geleerd de afgelopen halve eeuw, waarin de wereld niet mooier is geworden, maar nog zo veel te genieten kent. Die rotsen zijn een paar duizend eeuwen oud en ik wil ze op waarde schatten.

Maar afslaan rechts na Le Havre: nee. Geen Mont St. Michel. Én. Het is nog ver weg. Maar ook in Hendaye of Irun ga ik niet westwaarts. Niet achter al die mensen aan die om betekenis aan hun vlucht uit het dagelijkse leven te geven de bedevaartsroute naar Santiago de Compostella lopen. Gewoon door naar het Zuiden. Sjokken. Dwars door de Iberische woestijn. Als vanzelfsprekend langs Madrid, dat altijd op de route ligt, maar verder zie ik het wel.

De zon gaat onder. De lucht is roserood, zoals het haar van de dirigente die ik zag vlak voor vertrek. Ze dirigeerde het eerste vioolconcert van Prokovief. De muziek schoot gisteren rond de avond voor het eerst weer in mijn hoofd.

“De natuur hier past bij de dirigente en die muziek. Een vrouw die voor een gerenomeerd orkest staat. Hoe vaak heb ik dat al gezien? Volgens mij nog nooit. Vechten om niet gepest te worden met dat haar en uiteindelijk greep op al die mannen en vrouwen; ze aanzetten tot het beste. Zal dat het zijn?”

De uitvoering was prachtig. Deed niet onder voor Valery Gergiev, om een favoriet van me te noemen. Helaas slecht in namen. De hare vergeten. Nu uitkijken. De stenen zijn scherp en sommigte liggen los. Niet vallen. Het hoofd buigen.



In een gebogen houding ga je sneller tobben. Dan duiken ziekte en thuis weer op. Na de grens met Spanje dan is het vroeg genoeg om weer aan pijn te denken. Nu negeren in de tredmolen van iedere dag verder. Vergeten. Afstompen. Zie je wel ik voel het al weer. Erover praten, denken of schrijven kan niet. Het bederft alles. Het is er altijd. Overdag. In de avond. 's Nachts als ik wakker wordt en 's morgens aan het begin van de dag. "Wat voel je dan?" vroeg de UWV-arts fleemend. Ik kon het niet zeggen, omdat ik niet aan de pijn wilde denken. 

Het was diezelfde arts die in mij een vrolijke man voor zich zag zitten: “die wel twee keer lachte tijdens het gesprek.” Functioneel lachen dat was het. Dat doet een gesprek beter verlopen. Maar nee het werd uitgelegd in een vorm dat ik gezond was. Dat ik nog eens als een lachebekje zou worden gezien, wie had dat kunnen denken. Een Wouter Bosje. De middag erna had ik een gesprek met een psychologe. Diagnose: depressief en suïcidaal. Ze heeft er voor doorgeleerd. Ja ik kan er nu weer om lachen, al voel ik nog steeds woede over die nepartsen van het UWV. Medici die mensen beter schrijven in dienst van de staatsruif en daarom specialisten passeren. Ach het is lang geleden. En woede vreet je op. Je moet verder.

Het landschap is vrij vlak. Naast de smalle rustige velden staan bomen en struiken. De kleine bolletjes van het vlas wiegen in de zinderende lucht. Of het vlas ligt al plat en omgelegd op het veld om te rotten. Slijten en dauwrotten heet dat. De leeuwerikken in de lucht maken het lopen, omdanks de hitte, tot een feest. Ze fluiten een eenvoudig wijsje dat de dag kracht bijzet. Satie leerde me dat weinig meer kan zijn en vooral dat dit geen cliché is. Een levenlang kan ik naar de Gymnopédies en vooral de Gnossiennes luisteren. Toch zoek ik even naar meer. Het stadje Chateaubriant kan ik niet zomaar passeren. Ik neem er een 'chateaubriant'. Verder heeft het niet veel te bieden en de biefstuk smaakt ook niet echt. “You think you're smart,” zegt een dronkeman die naast me zit te eten, “but your beef isn't named after this city, but after one of the numerous nobleman this country produced.”



Als ik de Pont de Saint-Nazaire overga dan zie ik eindelijk weer water. De zee in de verte, niet die vlakke zoals in het kanaal, maar de Golf van Biskaye, waar het echt kan spoken zoals iedere zeeman weet. Ooit was ik dat ook. Zeeman. Nu loop ik langs de stranden en kijk over de branding naar de vlakte die zo groot is en zo eindeloos en zoveel krachtiger dan wij met ons bijna zeven miljard. Mijn sandalen zijn vrijwel versleten. Mijn opschrijfboekje is nagenoeg vol. Mijn hoofd is leger dan leeg. Waar zou ik over moeten denken.

“Hoe was het ook al weer? De zee trekt. Ik hou zielsveel van haar. Meer dan ik van mezelf kan houden. Zo ongeveer en nog iets meer, schreef ik ergens op het internet. Ze is ook zo groot, zo wijds en zo omarmend. En overal. Als je maar naar de randen wil lopen. Dat iets meer, waar ik destijds over schreef, wat was dat? Ik keer terug, herinner ik me. Maar waarom?”

Het Lac du Hourtin wil ik zien op ooghoogte. Dit is een van die plekken die me uit zo'n klein ovaal raampje op hoogte aanspraken, zodat voortaan de wens sluimert het in het 'echt' te willen zien en genieten. Op de grond is het minder zichtbaar. Het meer ligt tussen de bomen en als ik kom aanstappen dan zie ik het al. Dit gaat mis. Hourtin Port is een jachthaven met jachthavenmensen, met jachthavenbruin, en dito shirts en broeken. Ik hoor hier niet en verdwijn.

Weer op de vlucht. Een echte saté zou ik willen. Met de smaak van trassi, djinten, knoflook en sambal. Of gewoon een espresso; een sterke met een glas water. Het wordt het zand en de zee, water, banaan en brood.

“Het doel van het leven is lopen als het moet, genieten als het kan en iets betekenen; niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. De 99% zo je wilt. Vaak voor minder en soms voor meer. Behoud het mooie en bestrijd het lelijke. Dat is een goed uitgangspunt. Zo kan ik verder.”

Geen pagina's meer om de gedachten verder uit te werken. De golven rollen door. Ik loop er in en voel de kracht van de zee. De volgende dag ga ik verder over een strand waar ik als jongen van vijftien al was. Niets veranderd. In Carcan sur Mer klim ik over de duinen. De espresso is er in een klein caféwinkelachtig tentje. Met een mooie vrouw die het al bestiert. Ze vraagt of de muziek me stoort. Non, schud ik. Ik luister en proef. De mystieke tonen van Pärt maken dat ik besluit dat je niet altijd, altijd, maar verder hoeft, omdat je vanzelf verder gaat als je niet indut. De trein terug vertrekt uit Bordeaux.


zaterdag 31 augustus 2013

Geen




Verhaal

Er is vandaag geen verhaal. Ik trapte zonder veel te denken. Ja fladen dwarrelden door mijn hoofd. Een beetje dit en een beetje dat. Je kent dat wel. De tocht werd ingekort, maar vlak voor het eind vlogen nog wel drie kraanvogels voorbij. Dag goed. Tocht goed. Nee. Die was al goed. Er valt immers veel te genieten als je de krant even vergeet.

Je kan de foto's aanklikken voor een grotere versie. Bovendien krijg je soms informatie als je er met de muis op gaat staan.


zondag 27 mei 2012

Droomreis


De verte is wazig en het verleden gehuld in mist. De vliegeniersmuts staat nog op zijn kruin. Het is de pet die met hem mee de wereld rondreisde. Niet in een vliegtuig, maar met de trein, bus, vrachtwagens, fietsen, brommers … Ja wat eigenlijk niet. Dwars door de Sahara ging het in een met mensen, kinderen, vee en goederen afgeladen hotsenbotsende vrachtwagen. Vriendelijk en vrolijk reisde hij zijn leven lang verder en terug.

Zojuist heeft hij een fles Natterman gehaald om de kriebelhoest die hem wakker houdt te verdrijven. 's Nachts gaan zijn gedachten van van A naar B en weer verder. Of eigenlijk vlak voordat ze ergens aankomen draaien ze weg en gaan een andere kant op. Het brengt hem alleen maar vermoeidheid en dan ook nog die klote hoest. Nog even draalt hij voor het raam van de drogist.

De starende blik ziet niets. Niet de kinderen die knikkeren en even hun game consoles zijn vergeten vanwege - de wel steeds minder vaak voorkomende - knikkertijd; ook niet dat ze daarbij oortjes in hebben; ieder met zijn eigen muziek. Hij merkt niet dat zijn portret as-we-peer en on-the-spot wordt opgestuurd naar Facebook door een man met I-pod die langs loopt, zodat hij meteen wereldwijd te zien is. He's lost in zijn eigen goddamned Rory-Galagher-hometown, waarheen hij terugkeerde. Je kan niet terug, blijkbaar.

De groenteboer en bakker zijn verdwenen en ingeruild voor het bedrijf van Albert Heijn. Twee van die supermarkten zijn er in zijn straat. Het is alsof ze om de rest dood te concurreren elkaar ook de das zullen omdoen. De kleine winkeltjes, met waspoeder, een fanta, sigaretten en alle andere onmisbare zaken van een Libanees in West-Afrika, een Indiër in Singapore of een Chinees in Suriname zouden niet zo op de lip van een ander gaan zitten. Zeker niet in een buitenwijk. Goed dat de drogist er nog is.

Hij ziet zichzelf in de verstofte mist wegvluchten uit de pijn van een relatie. Maar of het ook anders had gekund dat ziet hij niet. Hij drukt even zijn trotse muts aan en kijkt naar boven. In de lucht komt een oranje gekleurd vliegtuig over. Zijn gedachten verdwalen naar nu en wat later nog komt. Eerst een slok en dan maar verder zien.

Dan is hij weg. Hij had zelfs even mogen vliegen op het laatste stuk naar San Salvador. De volgende dag stapt de vliegenier uit een taxi op een prachtig pleintje met een witte kerk. Het leek wel het pleintje uit Pour elle, een film die hij gisteren zag. In die film was het net iets warmer.



Martin Broek

Als antwoord op een oproep iets te maken bij bovenstaande tekening: ‘De Vliegenier’, illustratie B. Jansma uit 'Beppe Maaike's Ondraaglijke Vertellingen'



Tijdens schaven aan de tekst en het maken van dit blog,
luisterde ik naar deze muziek:

woensdag 1 juni 2011

Twee turven

“Ja jij moet ook altijd anders.” Het kwam eruit met venijn. De oorzaak was dat ik reageerde op háár opmerking over míjn dierbaarste stoel. Ze vond het “een belachelijk ding; zonder kraak, zonder smaak.”
“Die kraak en zmaak zitten er anders dik in,” antwoordde ik met overdreven nadruk op de z'ten en k's.
Mijn zus kon er niet om lachen, maar gooide eruit wat blijkbaar hoog zat.

“Weet je wat ook zo fijn is? Hij is stevig genoeg en goed gevormd om mee het ijs op te nemen. Nu al jarenlang,” had ik nog willen zeggen. Maar dat slikte ik in. Ongetwijfeld zou dat hebben geleid tot opmerkingen over de scheve en alleengaande schaatsen waarmee ik door het leven ben gegaan. Ik zou weer hebben moeten uitleggen dat alleen niet persé eenzaam is en niet alleen de gearmde wals op het ijs prettig is, maar ook het af en toe uit de band springen.

De stoel kreeg ik als kind. Bij een vriendinnetje thuis kochten ze vier stoelen in de vorm van een Z of K als je wilt. Zigzagstoelen noemde zij die. Prachtig vond ik ze en dat liet ik blijkbaar uit mijn ogen stralen. De ontwerper – die ze zelf kwam brengen – vroeg me of ik er ook een zou willen. “Zij,” reageerde de moeder, “zo hoog als twee turven, maar altijd het hoogste woord en met blijkbaar evenveel recht van spreken als wij. Zij ...” Daar viel ze stil.

Een maand later: “Dit is de eenentwintigste: speciaal voor jou! Even hoog als die vier, maar toch in jouw maat.” Mijn vader haalt hem op en vraagt zich hardop af of je daar de kachel op kan stoken. Mijn moeder wil hem niet in de kamer, maar het is mijn schat gebleven al die jaren. Ik ken mijn plaats, maar niet ten koste van mijzelf en dat heeft me meer opgeleverd dan plaatselijke koek-en-zopie. Die stoel is meer dan een stoel.

“Achter die stoel kan ik zien hoe mooi jullie zwieren en walsen over 't ijs,” zeg ik om de kou uit de lucht te halen.


Als antwoord op een oproep een blog te maken bij bovenstaande tekening: Schaatsen, uit: "Beppe Maaike's ondraaglijke vertellingen", Barbara Jansma

vrijdag 29 april 2011

Deken op de rug



Je kan er de klok op gelijk zetten; iedere dinsdag en donderdag loopt hij voorbij. Het is een man met een air; met een houding van … ja van wat eigenlijk? In de herfst komt hij voor 't eerst door het kleine dorp. Hij is altijd goed en sportief gekleed. En valt ook op door het stappentik stappentik van voeten en stok.

In de derde week tilt Els weifelend haar hand op. Ze vangt een kleine knik op door het keukenraam. Zo denkt ze. De keer erna weer die knik. Nu weet ze het zeker. Het brengt een vleug extra leven in haar bestaan. Ze wacht al op de volgende keer.

Waarom moet die snoeshaan juist hier langs lopen? Het is een terloopse vraag van Anneke, de buurvrouw. Ze voelde zich verlegen worden. Haar heer, een snoeshaan?! Ja waarom loopt hij hier en waarom met een stok, antwoord ze snel. Och hij zal wel bang zijn voor de honden, weet de buurvrouw. Daar hebben er wel meer uit de stad last van.

De landweg is wit van de sneeuw. Opeens gaat hij voorbij en kijkt naar binnen. Ze voelt haar eigen glimlach door haar hele lijf gaan. Hij moet hem gezien hebben, maar met een knik loopt hij door. Kapucijners met spek maakt ze voor vader, moeder en de knecht. In bed droomt ze weg naar de stad met zijn geluiden, steen en drukte. Ze ziet de man met zijn stok een huis binnen gaan.

De stampers moeten uit de tulpen in de tuin gehaald worden. Het volgende jaar komen er dan meer bloemen. Met een oog op de weg knijpt ze met duim en wijsvinger de driekantige groene doosjes van hun stelen. Een bloemblad dat er hier en daar nog aan zit, valt op de grond. Stappentik stappentik. Het geluid daalt neer op haar buik. Ze zwaait zachtjes, kijkt en bloost. Even kijkt hij over zijn schouder.

Blaadjes van de bloesem en zaadjes van de iep, ze veegt ze van het pad. “Goedemiddag, mijnheer.” Het is er uit voordat ze het weet. Hij draait zich om en kijkt. Ik wil jou komt uit zijn ogen. Ze legt een deken op zijn rug en vederlicht neemt hij haar mee naar nieuwe werelden. Els duwt hem voort naar andere oorden.

Martin Broek


Als antwoord op een oproep iets te maken bij bovenstaande tekening: Zonder titel, voorlopig, illustratie B. Jansma uit 'Beppe Maaike's Ondraaglijke Vertellingen'