Posts tonen met het label tekening Beppe Maaike. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tekening Beppe Maaike. Alle posts tonen

zondag 27 mei 2012

Droomreis


De verte is wazig en het verleden gehuld in mist. De vliegeniersmuts staat nog op zijn kruin. Het is de pet die met hem mee de wereld rondreisde. Niet in een vliegtuig, maar met de trein, bus, vrachtwagens, fietsen, brommers … Ja wat eigenlijk niet. Dwars door de Sahara ging het in een met mensen, kinderen, vee en goederen afgeladen hotsenbotsende vrachtwagen. Vriendelijk en vrolijk reisde hij zijn leven lang verder en terug.

Zojuist heeft hij een fles Natterman gehaald om de kriebelhoest die hem wakker houdt te verdrijven. 's Nachts gaan zijn gedachten van van A naar B en weer verder. Of eigenlijk vlak voordat ze ergens aankomen draaien ze weg en gaan een andere kant op. Het brengt hem alleen maar vermoeidheid en dan ook nog die klote hoest. Nog even draalt hij voor het raam van de drogist.

De starende blik ziet niets. Niet de kinderen die knikkeren en even hun game consoles zijn vergeten vanwege - de wel steeds minder vaak voorkomende - knikkertijd; ook niet dat ze daarbij oortjes in hebben; ieder met zijn eigen muziek. Hij merkt niet dat zijn portret as-we-peer en on-the-spot wordt opgestuurd naar Facebook door een man met I-pod die langs loopt, zodat hij meteen wereldwijd te zien is. He's lost in zijn eigen goddamned Rory-Galagher-hometown, waarheen hij terugkeerde. Je kan niet terug, blijkbaar.

De groenteboer en bakker zijn verdwenen en ingeruild voor het bedrijf van Albert Heijn. Twee van die supermarkten zijn er in zijn straat. Het is alsof ze om de rest dood te concurreren elkaar ook de das zullen omdoen. De kleine winkeltjes, met waspoeder, een fanta, sigaretten en alle andere onmisbare zaken van een Libanees in West-Afrika, een Indiër in Singapore of een Chinees in Suriname zouden niet zo op de lip van een ander gaan zitten. Zeker niet in een buitenwijk. Goed dat de drogist er nog is.

Hij ziet zichzelf in de verstofte mist wegvluchten uit de pijn van een relatie. Maar of het ook anders had gekund dat ziet hij niet. Hij drukt even zijn trotse muts aan en kijkt naar boven. In de lucht komt een oranje gekleurd vliegtuig over. Zijn gedachten verdwalen naar nu en wat later nog komt. Eerst een slok en dan maar verder zien.

Dan is hij weg. Hij had zelfs even mogen vliegen op het laatste stuk naar San Salvador. De volgende dag stapt de vliegenier uit een taxi op een prachtig pleintje met een witte kerk. Het leek wel het pleintje uit Pour elle, een film die hij gisteren zag. In die film was het net iets warmer.



Martin Broek

Als antwoord op een oproep iets te maken bij bovenstaande tekening: ‘De Vliegenier’, illustratie B. Jansma uit 'Beppe Maaike's Ondraaglijke Vertellingen'



Tijdens schaven aan de tekst en het maken van dit blog,
luisterde ik naar deze muziek:

woensdag 1 juni 2011

Twee turven

“Ja jij moet ook altijd anders.” Het kwam eruit met venijn. De oorzaak was dat ik reageerde op háár opmerking over míjn dierbaarste stoel. Ze vond het “een belachelijk ding; zonder kraak, zonder smaak.”
“Die kraak en zmaak zitten er anders dik in,” antwoordde ik met overdreven nadruk op de z'ten en k's.
Mijn zus kon er niet om lachen, maar gooide eruit wat blijkbaar hoog zat.

“Weet je wat ook zo fijn is? Hij is stevig genoeg en goed gevormd om mee het ijs op te nemen. Nu al jarenlang,” had ik nog willen zeggen. Maar dat slikte ik in. Ongetwijfeld zou dat hebben geleid tot opmerkingen over de scheve en alleengaande schaatsen waarmee ik door het leven ben gegaan. Ik zou weer hebben moeten uitleggen dat alleen niet persé eenzaam is en niet alleen de gearmde wals op het ijs prettig is, maar ook het af en toe uit de band springen.

De stoel kreeg ik als kind. Bij een vriendinnetje thuis kochten ze vier stoelen in de vorm van een Z of K als je wilt. Zigzagstoelen noemde zij die. Prachtig vond ik ze en dat liet ik blijkbaar uit mijn ogen stralen. De ontwerper – die ze zelf kwam brengen – vroeg me of ik er ook een zou willen. “Zij,” reageerde de moeder, “zo hoog als twee turven, maar altijd het hoogste woord en met blijkbaar evenveel recht van spreken als wij. Zij ...” Daar viel ze stil.

Een maand later: “Dit is de eenentwintigste: speciaal voor jou! Even hoog als die vier, maar toch in jouw maat.” Mijn vader haalt hem op en vraagt zich hardop af of je daar de kachel op kan stoken. Mijn moeder wil hem niet in de kamer, maar het is mijn schat gebleven al die jaren. Ik ken mijn plaats, maar niet ten koste van mijzelf en dat heeft me meer opgeleverd dan plaatselijke koek-en-zopie. Die stoel is meer dan een stoel.

“Achter die stoel kan ik zien hoe mooi jullie zwieren en walsen over 't ijs,” zeg ik om de kou uit de lucht te halen.


Als antwoord op een oproep een blog te maken bij bovenstaande tekening: Schaatsen, uit: "Beppe Maaike's ondraaglijke vertellingen", Barbara Jansma

vrijdag 29 april 2011

Deken op de rug



Je kan er de klok op gelijk zetten; iedere dinsdag en donderdag loopt hij voorbij. Het is een man met een air; met een houding van … ja van wat eigenlijk? In de herfst komt hij voor 't eerst door het kleine dorp. Hij is altijd goed en sportief gekleed. En valt ook op door het stappentik stappentik van voeten en stok.

In de derde week tilt Els weifelend haar hand op. Ze vangt een kleine knik op door het keukenraam. Zo denkt ze. De keer erna weer die knik. Nu weet ze het zeker. Het brengt een vleug extra leven in haar bestaan. Ze wacht al op de volgende keer.

Waarom moet die snoeshaan juist hier langs lopen? Het is een terloopse vraag van Anneke, de buurvrouw. Ze voelde zich verlegen worden. Haar heer, een snoeshaan?! Ja waarom loopt hij hier en waarom met een stok, antwoord ze snel. Och hij zal wel bang zijn voor de honden, weet de buurvrouw. Daar hebben er wel meer uit de stad last van.

De landweg is wit van de sneeuw. Opeens gaat hij voorbij en kijkt naar binnen. Ze voelt haar eigen glimlach door haar hele lijf gaan. Hij moet hem gezien hebben, maar met een knik loopt hij door. Kapucijners met spek maakt ze voor vader, moeder en de knecht. In bed droomt ze weg naar de stad met zijn geluiden, steen en drukte. Ze ziet de man met zijn stok een huis binnen gaan.

De stampers moeten uit de tulpen in de tuin gehaald worden. Het volgende jaar komen er dan meer bloemen. Met een oog op de weg knijpt ze met duim en wijsvinger de driekantige groene doosjes van hun stelen. Een bloemblad dat er hier en daar nog aan zit, valt op de grond. Stappentik stappentik. Het geluid daalt neer op haar buik. Ze zwaait zachtjes, kijkt en bloost. Even kijkt hij over zijn schouder.

Blaadjes van de bloesem en zaadjes van de iep, ze veegt ze van het pad. “Goedemiddag, mijnheer.” Het is er uit voordat ze het weet. Hij draait zich om en kijkt. Ik wil jou komt uit zijn ogen. Ze legt een deken op zijn rug en vederlicht neemt hij haar mee naar nieuwe werelden. Els duwt hem voort naar andere oorden.

Martin Broek


Als antwoord op een oproep iets te maken bij bovenstaande tekening: Zonder titel, voorlopig, illustratie B. Jansma uit 'Beppe Maaike's Ondraaglijke Vertellingen'